Ik heb u met melk gevoed, en niet met vaste spijze; want u vermocht toen nog niet; ja, u vermoogt (verdraagt) ook nu nog niet. Want u bent nog vleselijk; want dewijl (omdat) onder u nijd is, en twist, en tweedracht, bent u niet vleselijk, en wandelt u niet naar de mens?
— - 1 Korinthe 3: 2,3
Deze week bespreken we gedeelten uit de eerste brief van Paulus aan de jonge gemeente van Korinthe.
Korinthe was in die tijd een grote handelsstad met naar schatting 650.000 inwoners. Een stad vol criminaliteit, losbandigheid, een vrije seksuele moraal, armoede en uitbuiting. In die stad was een jonge gemeente ontstaan. Deze gemeente had het niet gemakkelijk. Om temidden van al die goddeloosheid vast te houden aan het geloof in Jezus Christus. Is dat vergelijkbaar met jouw situatie?
Paulus schrijft hen een brief met een behoorlijk pittige inhoud. En dat moet ook. Er gebeuren in Korinthe dingen die absoluut niet bij een christelijke gemeente horen.
Eerst wijst hij de gemeente erop dat hij hen in het begin als een jong kind behandeld heeft. Zoals een moeder haar kindje melk geeft en niet direct een boterham. Want dat zouden de Korintiërs nog niet verdragen. Zoals wij bij het evangelisatiewerk niet direct met dogmatiek beginnen.
Maar vervolgens moet Paulus hen wel vermanen. Want er is ruzie ontstaan en situaties van afgunst. Paulus wil dat de gemeenteleden eens even om zich heen kijken naar de mensen die Christus nog niet kennen. Zij doen wat goed is in hun ogen. En zo moet een christen niet leven. Een christen is van Christus en dat kun je aan zijn leven zien.
Kijk nu even in de spiegel. Hoe zit dat in kerkelijk Nederland? Hoe zit dat in jouw eigen gemeente? Hoe is het in jouw leven in de omgang met je naasten?
Door Bram van der Horst