Klagen verboden.
Waarom zegt gij dan, o Jakob! en spreekt, o Israël! mijn weg is voor den HEERE verborgen, en mijn recht gaat van mijn God voorbij? (v.27)
(Jesaja 40: 27)
De HEERE weet precies wat er in het hoofd en het hart van de bannelingen omgaat. Zij klagen dat hun weg (= hun levenssituatie) en hun recht (= hun rechtszaak tegenover hun heidense verdrukkers) voor de HEERE verborgen is. De HEERE heeft blijkbaar geen boodschap aan hun moeite en verdriet. Als Hij vroeger aan de kant van Israël stond, dan is Hij nu toch wel aanmerkelijk veranderd. De HEERE legt het af tegen de macht van Babel, Hij heeft geen wapens ter verlossing meer…Ja, zo lijkt het in de ogen van de bannelingen. En zo kunnen deze gedachten ook bij jou postvatten. Maar is dat zo? Heeft de duivel dan gewonnen?... Luister dan gaat de HEERE spreken.
Waarom zegt gij mijn weg is voor den HEERE verborgen ? Laten zij hun klachten eens voor de ogen des Heeren rechtvaardigen. Maar dat kunnen ze niet. Op de vraag van de HEERE volgt geen antwoord. Voor een klacht over de HEERE is nooit een rechtvaardiging te vinden. Hoe lang en hoe diep je er ook in Gods Woord (Oude en Nieuwe Testament) naar zoekt: Gods kinderen kunnen nooit met goed recht over de HEERE klagen. Maar weet je, het omgekeerde is altijd het geval: de HEERE heeft alle reden en alle recht om over Zijn volk te klagen.
Dát moeten de ballingen bedenken. In hun moedeloosheid vergeten zij zo snel en zo veel. Vergeten zij dat hun ballingschap niet uit de lucht is komen vallen. Maar dat het een oordeel was over voortgaand proces van hun afval van de HEERE en hun ongeloof in de HEERE, van generatie op generatie. En zij vergeten dat de HEERE zo eindeloos geduldig is geweest en in de laatste jaren vóór hun ballingschap profeten nagenoeg gelijktijdig onder hen hebben gewerkt: Jesaja, Jeremia, Hosea, Amos, Micha, Zefanja. Laten de ballingen zich schamen over hen klagen!
Weten zij dan nog niet Wie de HEERE is? Ze hebben het uit de monden van de profeten gehoord, het is hun in het verleden wel duizendmaal maal duizendmaal verkondigd en gebleken, dat Hij de Almachtige en Getrouwe Schepper van hemel en aarde is. Wie Hem verwacht put nieuwe kracht. Uit hun wanhoop en moedeloosheid staan zij op, met de kracht van een adelaar, de koningsvogel van het luchtruim. Voor ons geldt het nog veel sterker, want je kunt in Hem leven uit de volheid van Zijn genade. In Hem vernieuwen zij hun krachten en ervaar je dat Zijn kracht in jouw zwakheid wordt volbracht. In het volbrachte werk van Christus geldt het nog veel sterker: gij zult niet klagen, maar gij zult de HEERE verwachten.
Zingen: Psalm 130:3
Lezen: (Jesaja 40: 27-31)
Door Kand. W.J. Korving