En Hij leidde hen buiten tot aan Bethanië, en Zijn handen opheffende, zegende Hij hen.
— Lukas 24:50
Voordat Christus opvaart naar Zijn Vader laat Hij als de Grote Hogepriester iets achter. Wat is dat? Zijn zegenende handen. Dat is het laatste wat Zijn jongeren hier op aarde van Hem gezien hebben. In Gethsémané konden ze niet met Hem waken, maar sliepen ze. Zijn laatste reis maakt Hij met Zijn jongeren. Straks bereikt Hij de 2e trap van Zijn verhoging. Toch gaat deze gang van de verhoging langs Gethsémané, tenslotte tot aan Bethanië. We kunnen ons voorstellen dat er heel wat door de gedachten van de Heiland heen is gegaan. Opmerkelijk is het dat Hij nu niet mee doorheen hoeft maar langs heen. Wat is het verschil? De losprijs is betaald. God is volkomen bevredigd met Zijn offer. Alles, alles is voldaan. Zijn jongeren krijgen nog eenmaal de zegen mee. Zijn doorboorde handen bevestigen dat, maar Hij neemt ze ook mee in de hemel Morgen hopen we het heilsfeit van Hemelvaart verder met elkaar te overdenken. Voor Zijn lijden en sterven heeft Hij het beloofd: ‘In het huis Mijns Vaders zijn vele woningen, anders zou Ik het U gezegd hebben; Ik ga heen om u plaats te bereiden. En zo wanneer Ik heen zal gegaan zijn, en u plaats zal bereid hebben, zo kom Ik weder en zal u tot Mij nemen, opdat gij ook zijn moogt waar Ik ben. ‘Toen wisten ze nog niet wat Hij bedoelde, maar na dezen zullen jullie het verstaan. Wat is alles wonderlijk gegaan: de discipelen hebben Christus niet uit het graf zien verrijzen. Ze mogen Hem wel zien opvaren naar de hemel. Is Zijn opvaren naar de Vader ook jou tot troost? Is Hij ook jouw Voorbidder in de hemel? Dat is nodig, maar ook door Zijn arbeid mogelijk. Dan geldt ook voor jou: Die ook voor ons bidt.
Lezen: Lukas 24 : 50 – 53.
Door B.S. van Groningen