“Daarom noemde men haar naam Babel; want aldaar verwarde de HEERE de spraak der ganse aarde, en vandaar verstrooide hen de HEERE over de ganse aarde”
— (Genesis 11:9)
Het Akkadische bāb-ilu (wat ‘Poort van God’ betekent), wordt het Hebreeuwse bālal (wat ‘verwarren’ betekent). Men dacht een prachtige stad en een toren tot het opperste van de hemel te bouwen. Als het ware een poort van God, een open verbinding tussen hemel en aarde. Maar de HEERE, de Verbondsgod, heeft deze gedachte verijdeld. In plaats van een poort van God werd het een verwarrende toestand. Omdat Zijn wegen anders zijn dan onze wegen. Zeker als dit zelfgekozen wegen zijn die moedwillig tegen Hem ingaan. Het gevolg van deze verwarring is dat de bouw van de stad en toren stil komt te liggen. Uiteindelijk moeten de mensen wel beantwoorden aan Gods doel, ze verlaten de stad en toren en verspreiden zich over de aarde. Men heeft wel contact gehouden met elkaar, maar met de taalbarrière ontstaat er ook een cultuurkloof en is er meer onbegrip dan begrip voor elkaar. Met elkaar handelen kan wél, met elkaar wandelen niet. In de tijd van Abraham bestonden al zeer uitgebreide handelsnetwerken, dat is ook te zien aan een Mesopotamische kraal die gevonden is in Medel (bij Tiel). Tegenwoordig worden er meer dan 7.000 levende talen gesproken (veruit de meesten in Azië en Afrika). Wetenschappers kunnen de talen nog steeds niet herleiden tot één gemeenschappelijke voorouder. Ergens las ik dat taalkundigen zo’n 100 primaire taalfamilies onderscheiden die nog niet tot één voorouder te herleiden zijn. Zó diep gaat de straf op deze zonde van hoogmoed en ongehoorzaamheid. Onze vraag zal tot slot moeten zijn: Heere, wat wilt u dat ik doen zal? Geen zelfgekozen wegen die moedwillig tegen het Woord ingaan, maar Hem te volgen dag en nacht. Daar is genade voor nodig! Gelukkig ben je als je mag weten dat Hij gedacht heeft aan Zijn genade!
Door Jan van Meerten