En alzo zij hun ogen naar den hemel hielden, terwijl Hij heenvoer, ziet, twee mannen stonden bij hen in witte kleding’
— (Hand. 1 : 10)
Wat ligt er in die zegen, die de discipelen meekregen? Alle heil, zaligheid voor tijd en eeuwigheid. Zal ik er iets van noemen? De vergevende genade van Christus, de onbevattelijke liefde van de Vader, maar ook de troostvolle gemeenschap van de Heilige Geest. Meer heb je niet nodig, hier heb je in het leven, maar ook bij je sterven genoeg aan. En wat gebeurt er als Hij hen zegende? Hij werd opgenomen in de hemel. Met majesteit en heerlijkheid vaart Hij op. David heeft van deze heerlijke verhoging al gezongen in Psalm 24: ‘Heft uw hoofden op, gij poorten, en verheft u, gij eeuwige deuren, opdat de Koning der ere inga.’
De discipelen hebben Hem nagestaard, zolang ze konden, maar een wolk nam Hem weg uit hun ogen. Dan zorgt de Heere Zelf dat ze niet moedeloos behoeven te zijn. Hoor wat de engelen hen meegeven: Deze Jezus, Die van u opgenomen is in den hemel, zal alzo komen, gelijkerwijs gij Hem naar de hemel hebt zien heenvaren.
Dan zal alle oog Hem zien. Is dat voor jou, voor mij een troost of een verschrikking. McCheyne zong het zo treffend: dan reis ik getroost, onder ’t heiligend kruis, naar het erfgoed daar boven, in ’t Vaderlijk huis. Is Christus jou ook daar ten goede?
De Borg, de Zaligmaker gaat naar het Vaderhuis daarboven. Dat is Zijn Thuis. Zijn verblijf op aarde is niet langer nodig, want Hij heeft alles verdiend door Zijn lijden, sterven en opstanding. Maar wat gaat Hij dan in de Hemel doen? De toepassing, het uitdelen van Zijn verdiensten gaat Hij uitwerken vanuit de Hemel. Zal dat ook voor ons zijn? Het is een persoonlijke zaak. Wat is het een troost als je op goede gronden mag geloven en mag zeggen: Om daar te verschijnen voor het aangezicht van God voor mij.
Lezen: Handelingen 1 : 10 – 12.
Door B.S. van Groningen