Gij zijt zeer groot, Gij zijt bekleed met majesteit en heerlijkheid.
— Psalm 104:1
De dichter is diep onder de indruk van God. Want Hij is bekleed met majesteit en heerlijkheid.
Als je deze woorden leest, gaan je gedachten misschien al snel de verkeerde richting op. Je ziet in gedachten misschien een koning met een hermelijnen mantel om of in koninklijk militair tenue, met allemaal medailles op zijn borst, een sjerp voor en gouden tressen aan zijn schouders. Toch bedoelt de dichter dat niet.
Ook in de tijd van de Bijbel zagen koningen er indrukwekkend uit. Toen de koningin van Scheba bij Salomo kwam, werd ze stil, ze was diep onder de indruk van hoe hij en al zijn dienaren gekleed waren.
Maar het majesteitelijke kleed van God is groter, machtiger en indrukwekkender.
Wil je het ook zien?
Kijk dan vandaag eens omhoog. Zie de wolken machtige torens maken boven het polderland. Soms wit, hoog en machtig, dan weer blauw of grijs en opgejaagd door de wind. Het zijn Zijn wagensporen. (Psalm 104: 3)
Duik eens in de diepte van de zee, waar geen sprankje licht meer schijnt en waar toch de meest wonderlijke vissen leven. Hij sprak en het was er. En is geen plekje voor Hem verborgen. (Psalm 104: 25)
Sta daar eens bij stil. Een minuut. En houd dan je adem niet in maar overdenk, rustig doorademend, het woord uit vers 29: ‘Neemt Gij hun adem weg, zij sterven.’
Die grote, majesteitelijke en heerlijke God geeft jou iets. Hij doet dat zo’n vijftien keer per minuut: Adem; Zuurstof; Leven. Jij neemt dat onbewust. Hij schenkt het je bewust.
Erken jij het al? “U bent bekleed met majesteit en heerlijkheid”.
Wie zou die hoogste Majesteit
Dan niet met eerbied prijzen?
Door Filip Uijl