Loof den HEERE, mijn ziel! O HEERE, mijn God! Gij zijt zeer groot, Gij zijt bekleed met majesteit en heerlijkheid.
— . Psalm 104:1
Wie de dichter van Psalm 104 is, weten we niet. Hij is iemand die de HEERE looft. Hij maakt de HEERE groot. Hoewel, kan dat eigenlijk wel? De HEERE ís groot. Oneindig groot. Ik kan Hem niet groter maken. Jij ook niet. We kunnen Zijn grootheid alleen erkennen en belijden: „Ja, Heere, Gij zijt zeer groot.”
Ooit stond ik aan de voet van de Eiger noordwand. Een bijna vierduizend meter hoge berg in Zwitserland met een zowat loodrechte bergwand omhoog. Ik keek naar de top en het duizelde mij. Ik had het gevoel dat de bergwand zo bovenop me viel. Toen ik weer omkeek moest ik me gewoon weer even oriënteren. Nog nooit had ik zoiets groots gezien. Nog nooit had ik mij zo klein gevoeld. Zo iets ervaart de dichter ook. Hij kijkt alleen niet op naar een bergwand maar naar de levende God. De Schepper van de hemel en de aarde.
Als we iets zien van wie God is dan gaat het je duizelen. Je roept het uit met deze psalmdichter: U bent zeer groot! Gij zijt bekleed met majesteit en heerlijkheid.
Ik hoop dat je daar deze week ook iets van zult zien, proeven en ervaren. Zodat je Hem gaat loven en prijzen. Zodat er een verlangen in je hart opkomt om het aan Hem en aan iedereen te laten horen hoe groot Hij is.
Weet je waarom de Heere jou geschapen heeft? Opdat je Hem zou verheerlijken en je voor altijd in Hem zou verheugen. (Westminster Catechismus vraag 1)
Hopelijk verlang je met mij om dat te doen. Hem te loven en je in de Heere verblijden (Psalm 104: 34) Dat is het doel van de dichter van Psalm 104 en daarom gaan we deze week door deze psalm heen.
Door Filip Uijl