Jouw Kompas
22 oktober 2026

Uitnodiging

Neigt uw oor, en komt tot Mij, hoort en uw ziel zal leven (v.3a)

(Jesaja 55: 1)

De HEERE komt naar Babel met Zijn Woord en nodigt de ballingenop dringende wijze uit Zijn heil te aanvaarden. Daarin zie je dat Hij een genadig en trouw God is, Die Zijn beloften aan Abraham en David nooit vergeet. Zijn hart klopt ook in Babel voor het volk van Zijn Verbond.

Het alsof in één adem Hij roept, tot viermaal: komt. Vind je het niet wonderlijk? Hij vraagt niets, Hij geeft alles, terwijl het volk in ballingschap is. Hij geeft als eerste water, een primaire levensbehoefte, maar dan ook wijn en melk, die bij een feest passen en nota bene verlustiging in overvloed.

Je begrijpt dat het niet zomaar om brood en water gaat. Want de ballingen hebben in Babel echt geen honger. Zij hebben het daar goed, zelfs zo goed, dat de meesten straks niet eens terug willen naar Kanaän. Nee, het gaat hier om het heil des HEEREN: Neigt uw oor en hoort. Driemaal herhaalt de HEERE de oproep: hoort. De ballingen worden teruggeroepen naar Hem toe. Het doet de HEERE diep verdriet, dat zij geld en vermogen uitgeven voor iets dat niet verzadigen kan. Waarom doen zij dat?

Midden in de werkelijkheid van het oordeel komt God terug met Zijn Verbond. Het is nog altijd een eeuwig verbond zoals Hij destijds aan Abraham en David heeft gezworen. Hij heeft Zijn Woord over Zijn genadebewijzen aan David, nooit verloren laten gaan. Die woorden zijn al in Salomo vervuld, maar is aan het eind van de ballingschap nog altijd van kracht. De belofte van Gods heil heeft een perspectief van eeuwen. Dat zal bij het voortgaan van de heilsgeschiedenis nog duidelijker worden. Eeuwen later zal de apostel Paulus in Antiochië zeggen, dat het woord van Jesaja zijn uiteindelijke vervulling vindt in Jezus: En dat Hij Hem uit de doden heeft opgewekt, alzo dat Hij niet meer zal tot verderving keren, heeft Hij aldus gezegd: Ik zal ulieden de weldadigheden Davids geven, die getrouw zijn (Hand.13:34).

Door genade worden wij verlost. Niet wij hebben iets volbracht, dat heeft Christus alleen gedaan. Wat doen wij met deze genade die God ons in Christus aanreikt? Dat zullen we eenmaal hoofd voor hoofd Hem moeten verantwoorden. Bedenk daarbij dat die wel vaststaat: Gods genade in de Zoon van Zijn eeuwige liefde, de Heere Jezus Christus, is een overvloeiende fontein.

 

Zingen: Psalm 105:5

Lezen: (Jesaja 55: 1-3)

Door Kand. W.J. Korving