Laat Hem geen rust
Om Sions wil zal ik niet zwijgen, en om Jeruzalems wil zal ik niet stil zijn (v.1a)
(Jesaja 62: 1)
Op de muren van Jeruzalem, althans wat er van de muren als puinhoop is overgebleven, ziet Jesaja wachters staan. Het zijn echter geen soldaten die de bevolking zou moeten beschermen. Immers de bevolking is naar Babel weggevoerd. De taak van deze wachters is dat zij dag-in en dag-uit klaar moeten staan om de HEERE aan te roepen. Jesaja zegt tot hen in vers 6: O gij, die des HEEREN doet gedenken, laat geen stilzwijgen bij ulieden wezen.
Die wachters moeten niet zelf de HEERE in herinnering hóuden, maar zij moeten iets bij de HEERE in herinnering bréngen. Hem aanmanen dat Hij Zich zal herinneren. Gunt u geen rust Hem te doen gedenken datgene wat Hij gezegd en beloofd heeft. Dan en nacht moeten die wachters een geroep doen op Gods heilsbelofte.
Het is wel een bevel dat je adem beneemt. Want waar halen zij de moed vandaan God te herinneren aan Zijn Woord, dat zij zelf zo lang en zo hardnekkig hebben verworpen? Hebben zij niet zelf het oordeel van de ballingschap over zich heen gehaald? Zij kunnen beter zwijgen en zich diep weg schamen! Maar de HEERE zegt, dat zij dag en nacht Hem moeten aanspreken op Zijn belofte, die Hij zojuist (v.1-5) gezworen heeft.
Denk je in, terwijl die wachters nog midden in het puin staan, zullen zij zich verlaten op het machtige Woord des HEEREN dat de puinhopen een sierlijke kroon in de hand des HEEREN zullen worden, de stad van Zijn welbehagen. God zal zich over Jeruzalem verblijden, zoals een bruidegom zich over zijn bruid verheugt. En de wachters worden geroepen Hem geen rust te gunnen, totdat Jeruzalem is gegrondvest en een stad is geworden, waarvan de roem op de gehele aarde wordt bezongen.
Deze profetie geeft ook weer een rijk perspectief in de toekomst. De eerste vervulling is daarvan dat het volk terugkeert uit de ballingschap. Maar de ouden wenen: Hoe armzalig blijft dit alles, vergeleken met vroeger! Maar de vervulling loopt verder naar de volheid des tijds. Maar Jeruzalem verwerpt de Messias, de Heere Jezus Christus en Jeruzalem gaat weer in puin. En wordt in de volgende eeuwen, tot in onze tijd, de lof van de kerk des HEEREN op de gehele aarde bezongen? Het tegenovergestelde lijkt veel meer bewaarheid, dat de aarde des te meer des duivels wordt. Daarom zegt God de Vader van onze Heere Jezus Christus in vers 11: Ziet, de HEERE heeft doen horen, tot aan het einde der aarde: zegt der dochter van Sion: Zie, uw Heil komt; zie, Zijn loon is met Hem, en Zijn arbeidsloon is voor Zijn aangezicht.
Zingen: Psalm 138:3
Lezen: (Jesaja 62: 1-9)
Door Kand. W.J. Korving