‘opdat gij gedachtig zijt aan de woorden die van de heilige profeten tevoren gesproken zijn, en aan ons gebod, wij die des Heeren en Zaligmakers apostelen zijn’
— 2 Petrus 3 : 1-2.
Thema van deze week: De zekere komst van de jongste dag.
Met Pinksteren zijn de laatste dagen ingegaan. De profeet Joël heeft dat al eeuwen tevoren voorzegd. En Petrus heeft dit in zijn pinksterpreek geciteerd. Dat geeft aan dat de tijd tussen Pinksteren en de wederkomst van Christus beslissend is voor de eeuwigheid.
Petrus’ tweede brief is doortrokken van een grote ernst met het oog op de jongste dag wanneer alles van ieder in het oordeel komt. Hoe indrukwekkend waren de tekenen op het Pinksterfeest: orkaan-geloei en vuurvlammen! Ze wijzen op het krachtige werk van de Heilige Geest maar het zijn ook voortekenen van het eindgericht.
De boze doet alles om te doen geloven dat het zo’n vaart niet loopt en dat het niet zo nauw komt met hoe je leeft. Maar Petrus wijst z’n lezers op wat de profeten voorzegd hebben. Ze hebben allen de grote dag des HEEREN genoemd die zeker komt: als een dag van gericht, afrekening voor de goddelozen en van heil voor de gelovigen.
Hij noemt ze ook heilige profeten: ze zijn door God gezonden en hebben met goddelijk gezag Zijn Woord gesproken. Daar voegt hij nog aan toe wat de apostelen hebben gepredikt. Zij zijn ook gezond-en door de Heere en Zaligmaker, toen Hij ten hemel voer. Hun
boodschap van de jongste dag horen we in heel de Schrift. In 2 Petrus 1 : 16 zegt hij: ’want wijn zijn geen kunstig verdichte fabelen nagevolgd, als wij u bekend gemaakt hebben de kracht en toekomst van onze Heere Jezus Christus, maar wij zijn aanschouwers geweest van zijn majesteit’. Petrus was op de berg der verheerlijking, was
getuige van Jezus’ opstanding en hemelvaart en van de uitstorting
van de Heilige Geest. Als dìt jou niet overtuigt, wat dan wel?
Door Ds. A. den Boer