En de heer zeide tot den dienstknecht: Ga uit in de wegen en heggen; en dwing ze in te komen, opdat mijn huis vol worde;
— (Lukas 14:23)
Moeten we anderen dwingen om bij de kerk te komen? Je niet-kerkelijke collega’s zullen je aan zien komen. Kinderen op de evangelisatieclub zullen afhaken. Met je buren krijg je geheid ruzie.
Deze tekst is vaak misbruikt. Door Augustinus, toen hij de donatisten met geweld terug bij de kerk wilde brengen. Door de Spaanse Inquisitie, toen zij de protestanten vervolgde en ter dood bracht. Door zendelingen en evangelisten die er nogal dwingende methodes op nahielden.
Hoe moeten we deze tekst begrijpen? Als je het verhaal in de sociale context van die tijd leest, gebeurt er iets heel vreemds. Een rijke man stuurt zijn deftige slaaf naar de achterbuurten en nodigt daar het uitschot op zijn feest. Wat?! De mensen deinzen terug. Ik?! Ze kijken eens naar hun gescheurde kleren. En naar hun smoezelige kinderen. En naar hun lege handen. Dit kan niet! Te vies, te onbeschaafd en zonder cadeau voor de gastheer. Treurig halen ze hun schouders op. Onzin, dat zij zouden komen.
‘Jawel!’ zegt de slaaf. ‘Kom, daar zorgt hij zelf wel voor. Kom gewoon. Hij wil het echt! Blijf niet weg. Dat zou hem teleurstellen. Jullie móéten komen! Allemaal! Hij heeft het zelf gezegd. Hij zou zich beledigd voelen als jullie niet kwamen. Kom!’ Hij dwingt. Hij dringt aan. Tot ze uiteindelijk schoorvoetend en beschaamd met hem meelopen. De slaaf weet een ding heel zeker: hij kan niet nog eens bij zijn heer komen zonder gasten. En hij doet zijn werk met overtuiging. Want hij kent het hart van zijn heer.
Dat is de bedoeling van deze tekst. Zo mag jij tussen de mensen staan. Met de diepe overtuiging dat zij niet alleen bij jou, maar bij God Zelf welkom zijn. Zijn hart gaat naar hen uit.
Het is heel belangrijk dat jij daarbij zelf iets weerspiegelt van Gods verlangen. Staat jouw eigen hart ook open? Wil jij deze mensen ook aan jouw eigen eettafel hebben? Neem hen mee naar je huis, zodat zij bij jou iets zien van wie God is. Want waarom zouden ze ingaan op een uitnodiging van Iemand waarvan ze het bestaan betwijfelen?
Door Ds. W. van Klinken