5 Want wij prediken niet onszelven, maar Christus Jezus, den Heere; en onszelven, dat wij uw dienaren zijn om Jezus’ wil.
6 Want God, Die gezegd heeft dat het licht uit de duisternis zou schijnen, is Degene Die in onze harten geschenen heeft, om te geven verlichting der kennis der heerlijkheid Gods in het aangezicht van Jezus Christus.
7 Maar wij hebben dezen schat in aarden vaten, opdat de uitnemendheid der kracht zij Godes en niet uit ons;
— 2 Korinthe 4:5-7.
Paulus preekt Jezus (vers 5). Daar gaat iedere preek over, anders is het geen preek. Jezus, het Licht der wereld, heeft in de duisternis geschenen. Door de Heilige Geest ontvang ik de kennis van de heerlijkheid van God. Door Jezus Christus te kennen en in het gezicht te kijken, zie je God (vers 6). Dat is de schat van het Evangelie (vers 7).
Die schat zit echter in een breekbare kruik van aardewerk.
Paulus is een aarden kruik. Stelt niets voor. Een plastic bekertje in onze tijd. Is het bekertje leeg…. hup… weg ermee…. in de prullenbak. Dat is Paulus. Dat is iedere Evangeliedienaar. Wij… dat zijn de apostelen. Maar ook hun volgelingen, de gelovigen. Een aarden kruik.
En in dat vat of kruik van aardenwerk…. Een schat! De schat…. Jouw schat?
Jij bent kwetsbaar. Als mens. Als christen. Als volgeling van Jezus.
En die schat in jouw hart, wordt aangevallen. Bespot. Belachelijk gemaakt.
De duivel wil die schat wegnemen.
En als dat niet lukt, verziekt hij de vreugde over die schat.
De duivel heeft de strijd tegen en met Jezus verloren. Jezus is nu in de hemel. Boven alle machten verheven. Wat doet dat Beest? Hij pakt dan de volgelingen van Jezus (Openbaring 12). Die denkt hij te kunnen hebben. Vervolgingen. En als hij – de duivel – ons niet kan AANpakken, dan pakt hij ons IN. Dat zien wij in Nederland en het Westen.
En hij komt op die schat af. De duivel gaat niet naar een vuilniswagen (een mens met zonden), maar hij berooft wel graag een goudtransport (een mens met die schat van Jezus Christus in het hart).
We zijn kwetsbaar als mensen. Jongeren en ouderen. Uiterlijk en lichamelijk zijn we kwetsbaar. Maar innerlijk en geestelijk ook. Kwetsbaar en totaal afhankelijk van Gods genade en het werk van de Geest in ons hart.
Een aarden vat.
Maar wel schatrijk!
Toch?
Door Ds. J.R. van Vugt