‘door welke (het woord) de wereld die toen was, met het water van de zondvloed bedekt zijnde, vergaan is’
— Lezen: 2 Petrus 2 : 4-6 en 3 : 5-7.
Thema van deze week: De zekere komst van de jongste dag.
Petrus wijst op meerdere oordelen van God over goddeloze engelen en mensen. Bekend is de omkering van de steden Sodom en Gomorra om hun gruwelijke goddeloosheid. Lot is verlost van de liederlijke ontucht, de zedelijke verwildering van de gruwelijke mensen. En hoe ingrijpend was het oordeel van de zondvloed ov er de wereld der goddelozen, waarvan de HEERE Noach heeft gespaard.
De HEERE heeft dit ook gedaan tot een waarschuwend voorbeeld voor wie goddeloos leven. Niets staat zómaar in Gods Woord: het is tot vermaning en bestraffing of tot onderwijzing en vertroosting.
Hoe belangrijk is het om de bijbelse geschiedenis te kennen!
Uit de heilsdaden van de HEERE uit het verleden laat Hij Zich kennen.
De HEERE kennen is het allerbelangrijkste. God d3e Schepper en Vader in de hemel en God de Zoon, de Heere Jezus kennen: dat is het eeuwige leven.
Want zoals Hij vroeger gesproken en gedaan heeft, zo is Hij
ook nu en zo doet Hij ook: in het heden en in de toekomst. Hij is gisteren en heden Dezelfde en tot in eeuwigheid. Hij verandert niet.
Wij moeten veranderen door het Woord dat van Hem uitgaat en dat Hij ook in daden omzet en waarmaakt.
Petrus wijst hier op het woord, het uitdrukkelijke spreken van God bij de schepping en in de regering van de wereld; in Zijn straffen en redden en straks in Zijn oordelen.
God is de sprekende, door Zijn woorden en in Zijn daden. In de Heere Jezus is Zijn Woord vlees, mens geworden. Hij heeft Zich onder Gods rechtvaardig oordeel over ons gesteld en dat gedragen, opdat
wij in en door Hem bevrijd worden: vrijgesproken van het verdiende
oordeel. Zijn wij als ‘de rechtvaardige Lot’ en ‘Noach de prediker der gerechtigheid’? Die de zonde moe zijn en door genade vrijuit gaan?
Door Ds. A. den Boer