… en ik was vastende en biddende voor het aangezicht van den God des hemels.
— Nehemia 1:4b
Gisteren lazen we dat Nehemia diep terneergeslagen was over de nood waarvan hij hoorde: Gods eer had geen voortgang in het herstel van de teruggekeerde ballingen. Jeruzalem lag in puin. De Joden werden bespot. Het werk van de Heere geeft hem oog voor deze nood en kan hem niet onberoerd laten. Maar Nehemia blijft niet hangen in de rouw. Hij trekt zichzelf terug uit het plezier aan het Perzische hof en gaat zich toewijden aan de Heere. Vasten in de Bijbel betekent alle niet-noodzakelijke dingen laten voor wat ze zijn om zich helemaal op God te richten. De diepe nood waarvan Nehemia hoort, dringt hem daartoe. En zo zie je hem in de tekst zijn handen vouwen en ogen sluiten. Hij gaat met zijn nood naar God toe. Nehemia noemt hem de "de God des hemels". Dit is een belangrijke aanspraak. Vroeger en tegenwoordig heeft iedereen voor elk terrein zijn eigen bron van vertrouwen. Dat kan je eigen ik zijn en dat kan ook iets anders zijn. Waar je ten diepste op vertrouwt, dat is je god. Het is niet verkeerd om anderen te vertrouwen, zolang je maar nooit vergeet dat alleen God kan helpen. Dat weet Nehemia goed. Daarom roept hij "de God des hemels" aan. Hij heeft macht over alle dingen. Hij heeft alles in handen. En zo komt Nehemia op de juiste plaats. Dit is ook vandaag een belangrijke les. Er kunnen zoveel dingen zijn, die je diep aangrijpen. Ga je er ook mee naar de Heere? Vertrouw je erop dat Hij machtig is om alles te doen wat jij Hem voorlegt? Juist in momenten waarin onzekerheid je kan overvallen, is het een troost dat Hij de God des hemels is. Hij regeert alle dingen. Leg dan ook alles (!) in Zijn handen. Houd daarin aan. Roep Hem aan in de dag van de benauwdheid en Hij zal je eruit helpen en jij zult Hem eren (naar Psalm 50:15).
Door Ds. M.W. Muilwijk