Jouw Kompas
8 oktober 2026

Zondaar voor God.

…wij hebben gezondigd… wij hebben tegen U verdorven

Nehemia 1:6 en 7

De woorden boven de overdenking van vandaag bepalen bij iets belangrijks. De afgelopen dagen zou je hebben kunnen denken "was ik maar zoals Nehemia". Maar ik ben zo'n groot zondaar. Nehemia is dat ook. Hij weet goed, waarom het nog steeds zo slecht gaat met teruggekeerde ballingen. Hij weet goed, waarom Jeruzalem in puin ligt. Hij belijdt het: "Wij (!) hebben gezondigd… hebben tegen U verdorven". Als de Heere in je leven komt, word je zelf zondaar. Nehemia geeft niet zijn voorouders de schuld van de verwoesting van Jeruzalem en de ballingschap om vervolgens op zijn eigen gehoorzaamheid te wijzen. Hij sluit zichzelf helemaal bij de schuld in. Dat is een kenmerk van het genadewerk. Dan kun je niet boven een ander gaan staan die uitbreekt in zonde en hele verkeerde dingen doet. Er komt bijvoorbeeld een grote tegenslag, (natuur)ramp of oorlog en je zegt "God moest dit wel straffen". Maar je voelt jezelf beter. Nehemia en de psalmdichter van Psalm 106:3 zijn het helemaal ermee eens: "Wij hebben God op het hoogst misdaad. Wij zijn van het heilspoor afgegaan". Zij voelen zich niet beter. Zij weten zich zondaren met de zondaren. Ze roepen tot God, omdat ze weten: verlossing kan alleen bij de Heere vandaan komen, wanneer Hij Zijn genade aan ons schenkt. Bid jij ook zo tot God? Als een zondaar of zondares. En dat niet omdat je perse in uitbrekende zonden hebt geleefd of leeft. Als dat laatste zo is, breek ermee. Maar je bid als zondaar, omdat je jezelf hebt leren kennen, zoals God jou moet zien. Zo leert de Heere dat jouw redding en de verhoring van het gebed alleen kan, vanwege Zijn trouw en vergevende liefde. En die trouw en vergevende liefde is mens geworden in de Heere Jezus Christus. Nehemia wist nog niet van Hem af, hoewel hij de belofte van de komende Messias kende. Jij kent Hem uit de Bijbel. Door Hem kunnen zondaren tot God gaan.

Door Ds. M.W. Muilwijk