En ik zeide: Och, HEERE, God des hemels, Gij, grote en vreselijke God! Die het verbond en de goedertierenheid houdt dien, die Hem liefhebben, en Zijn geboden houden.
— Nehemia 1:5
Afgelopen twee dagen heb je Nehemia vanuit het horen van de nood van zijn naasten in Judea zien knielen voor God. Hij trekt zich terug uit alle dagelijkse vrolijkheid om alleen te zijn met God. In de dagtekst hoor je de aanvang van zijn gebed. Hij spreekt met diep ontzag over en tot de Heere. Hij erkent in het begin van zijn gebed Wie de Heere is. Hij is de God van de gehele aarde. Hij is de grote God. Hij is de ontzagwekkende God. Het woord "vreselijk" is niet negatief, alsof Nehemia bang is voor God. Het betekent dat Nehemia zich klein voelt tegenover God. Toch blijft hij niet bij de Heere vandaan. Kun jij ook niet bij de Heere vandaan blijven? Het is een teken (geen grond!) van het werk van de Heere in jou. Dat je God gaat zien, zoals Hij is: de God van de gehele aarde, groot en ontzagwekkend. De Heere Jezus leert je daarom bidden: "…Die in de hemelen zijt". Maar Hij zegt er ook iets voor: "Onze Vader". Dit horen we ook in het gebed van Nehemia. In het tweede deel van de tekst spreekt Nehemia over de verbondstrouw van de Heere. Deze trouw kun je ook verwoorden door te zeggen "standvastige liefde". Dat God standvastig is in Zijn liefde, geeft troost. Je zult morgen zien dat Nehemia goed weet dat hij niets heeft verdiend. Weet jij dat ook? Het slot van de tekst betekent namelijk niet dat je Gods trouw kunt verdienen door Hem lief te hebben en in gehoorzaamheid te leven. Het betekent dat God onverdiend trouw blijft aan mensen die Hem niet kunnen missen en Hem zoeken te gehoorzamen. Het betekent ook dat God trouw is gebleven aan jou, wanneer je belijdt dat je Hem wilt liefhebben en wilt gehoorzamen, hoewel je tegelijk voelt dat je een andere kant opgetrokken wordt. Dan is niet jouw bekering, maar Gods trouw de grond om je gebed tot God te richten.
Door Ds. M.W. Muilwijk