De kerk, Gods werk
1 Paulus, en Silvanus, en Timotheüs, aan de Gemeente der Thessalonicensen, welke is in God den Vader, en den Heere Jezus Christus: genade zij u en vrede van God, onzen Vader, en den Heere Jezus Christus. 2 Wij danken God altijd over u allen, uwer gedachtig zijnde in onze gebeden;
1 Thessalonicenzen 1:1-2
Waarom bestaat er al 20 eeuwen een christelijke kerk? Dat komt niet om dat het een menselijk project is; dan had er echt niets van terecht gekomen. We maken in dit Bijbelgedeelte kennis met de Griekse gemeente in Thessalonica of beter gezegd de God van deze gemeente.
Dat er in Thessalonica een gemeente is gekomen is een groot wonder. In Handelingen 17 lezen we dat Paulus er met Silas hoogstens een maandje aan het werk waren en toen vanwege haat vanuit de synagoge en maatregelen van de overheid uit de stad werden gebannen. Halsoverkop moesten ze vertrekken. Wat moet er van het zendingswerk in Thessalonica terecht komen? Wij zouden denken: mission impossible.
De brief die we voor ons hebben laat een andere kant zien, Gods kant. Als God werkt, kan niemand het tegenhouden. Hij werkt tegen alle menselijke berekening in. De gemeente van Thessalonica is zelfs een bloeiende gemeente geworden, ondanks alle tegenstand die ze ondervonden.
Lees het eerste vers. Het lijkt een gewone groet, die we ook bij andere apostolische brieven vinden. Maar kijk eens nauwkeuriger; Paulus zegt van de gemeente van Thessalonica: ‘welke is in God de Vader en de Heere Jezus Christus’. Een gemeente… in God. Als je ‘in God’ bent, ben je geborgen, ook al wordt je belaagd door vijanden. Dan ben je in Gods Vaderlijke hand.
‘In God zijn’ , dat betekent ook dat je leeft met God, dat je gericht bent op Hem, dat je Hem van ganser harte dient. Zo was het leven in Thessalonica. Paulus strooide een paar zaadjes, maar God gaf een heerlijke vrucht. De Heere Jezus Christus is de Koning van de Kerk, ook van deze gemeente. Waar Hij centraal staat als de Zaligmaker van zondaren, waar Hij als de Heere (kurios) leiding geeft, mag je Zijn zegeningen ervaren. Dan mag je delen in Zijn genade en vrede. Door Christus’ verzoenend bloed ontvang je genade. Al waren je zonden als scharlaken, ze zullen wit worden als sneeuw (Jes. 1:18). Door Zijn bloed is er weer vrede met God.
Als Paulus nadenkt over Gods werk in de gemeente, valt hij voor God neer en dankt God voor het werk van Gods genade. Ben je benieuwd waaruit Gods werk blijkt? Daar staan we morgen bij stil.
Door Johan Schouls