Jouw Kompas
24 oktober 2026

De HEERE heeft heil verschaft

Gij, o HEERE! zijt onze Vader, onze Verlosser van ouds af is Uw Naam (16b)

(Jesaja 63: 18)

Jesaja betekent: De HEERE heeft heil verschaft. Tijdens de ballingschap schijnt dat heil ver weg te zijn, nagenoeg onvindbaar. Immers nog altijd is de tempel een ruïne en het Land der belofte een wildernis. In deze ellende roept Jesaja tot de HEERE en zegt: HEERE dat kan toch niet? Wat Gij hier ziet aan verwoesting en ondergang klopt toch niet met Uw almacht en met Uw ontferming? In vrijmoedigheid pleit Jesaja op Gods Vaderschap en legt Hem de miserabele toestand van land en volk voor. Jesaja doet belijdenis van zonde, maar houdt daarbij vast aan de liefde des Vaders, waarin vergeving is gegarandeerd. Déze Vader kan niet werkeloos toezien, als de heidenen Zijn volk onderdrukken.

Gij, o HEERE! zijt onze Vader. Jesaja zegt niet: Gij zijt vroeger onze Vader gewéést, maar Gij zijt het. Nú. Want Abraham weet van ons niet. Hoe groot als drager van de heilsbelofte ook geweest is. Hij heeft afgedaan. En Jakob de stamvader van het volk, nú behoort hij tot de doden. Al dier grote namen uit de geschiedenis van kerk en verbond kunnen geen hand uitsteken ter verlossing.

Gij, o HEERE! zijt onze Vader, onze Verlosser van ouds af is Uw Naam. Hiermee grijpt Jesaja als profeet vooruit op het volmaakte gebed dat de Grote Profeet, Priester en Koning, de Knecht des HEEREN, de Heere Jezus Christus, zal leren bidden. Van deze Profeet heeft Jesaja gesproken en mét andere profeten nagespeurd op welke tijd de Geest van Christus doelde. De apostel Petrus schrijft later: beduidde en tevoren getuigde, het lijden, dat op Christus komen zou, en de heerlijkheid daarna volgende (1Petr.1:11).

De genade, waarover Jesaja sprak, is de onschatbare genade in de Heere Jezus Christus, die voor ons bestemd is. De apostel zegt: Want eenieder, die de Naam des Heeren zal aanroepen, zal zalig worden (Rom.10:11). Het heil, de zaligheid, is bestemd voor ‘iedereen’ die gelooft en Jezus als Heere belijdt. Hij zal weerkomen en dan namens de Vader de wereld zal oordelen en regeren.

Gij, o HEERE! zijt onze Vader, onze Verlosser van ouds af is Uw Naam. Allen wie de Naam des Heeren aanroepen, met mond en hart belijden dat Jezus, de Heere is, zal behouden worden en de eeuwige heerlijkheid ontvangen.

 

Zingen: Psalm 33:11

Lezen: (Jesaja 63: 15-19)

Door Kand. W.J. Korving