Jouw Kompas
26 oktober 2026

Kiezen

Wie is slecht? Hij kere zich herwaarts.

(Spreuken 9:4a en 16a)

Zie je het voor je? Je loopt wat doelloos door de stad. Ineens zie je een vriendelijke serveerster, duidelijk uit een duur restaurant. ‘Kom’, zegt ze, ‘de tafel staat voor je klaar in ons paleis.’ Verbaasd loop je in de aangewezen richting. Dan zie je weer zo’n meisje: ‘Daarheen’, zegt ze. ‘Daar is het grote huis. Alles staat voor je klaar.’

Terwijl je op weg bent, kom je langs een opzichtig huis. Daarvoor staat een luie stoel met een verleidelijk lachende vrouw. ‘Kom binnen’, roept ze, ‘ik heb wat lekkers voor je. Kom, maar we houden het geheim.’

Je aarzelt.

Dit is ongeveer het beeld uit Spreuken 9. Jonge mensen moeten kiezen tussen wijsheid en dwaasheid. Er wordt voortdurend aan je getrokken. ‘Wie is slecht?’ staat in de Statenvertaling. Kies!

Bij het woord ‘slecht’ moet je in de gaten houden dat dit een verouderde betekenis heeft: het betekent ‘onverstandig’. Dat is wat het Hebreeuws betekent en wat het woord ‘slecht’ vroeger in het Nederlands betekende. ‘Wie is er nog onverstandig? Wie is er nog zo jong dat hij of zij nog niet duidelijk weet wat goed en kwaad is, wat bij God hoort en wat niet?’

Het is goed om over jezelf te denken als iemand die nog veel moet leren. Er zijn nog veel keuzes te maken in je leven. Er zijn nog veel dingen die je niet ervaren hebt. Er zijn nog veel dingen die je niet weet. Ook al ben je geen kind meer en heb je (tot je spijt) al veel meegemaakt.

Als je jezelf zo ziet, sta je open om te leren van de wijsheid. Je zult Jezus Christus kunnen vinden. Ja, het klopt, je staat ook open voor dwaasheid. Ik denk dat je dat herkent. Kies dus!


Door Ds. W. van Klinken