‘Maar Hij antwoordde’, staat er. Dat ‘maar’ betekent dat de schriftgeleerden en Farizeeën iets anders te horen krijgen dan ze eigenlijk zouden willen. De boodschap die Jezus heeft voor deze vrome kerkmensen, is dat zij inderdaad een teken zullen krijgen. Eéntje. Het zal het grootst denkbare teken zijn: de opstanding uit de doden ten derden dage. Maar de ondertoon in Jezus stem zegt: zelfs dan zullen jullie niet kunnen geloven… Jullie zijn nu de eersten. Maar vele eersten zullen de laatsten zijn. En andersom: vele laatsten zullen de eersten zijn. De mensen de van verre moeten komen, zullen het vaak beter begrijpen. Zij zullen meer geloof hebben dan jullie. Jullie, die te boek staan als gelovigen…
Om dat te illustreren maakt Jezus een toespeling op twee oudtestamentische geschiedenissen. Allereerst is daar de geschiedenis van Jona de profeet. Jona wilde niet naar Ninevé. Waarschijnlijk omdat hij een hekel had aan alles wat er uit Ninevé kwam, die verderfelijke hoofdstad van het Assyrische Rijk dat Israël onder de knoet hield. Jona moest er niet aan denken dat die mensen daar de eeuwige zaligheid deelachtig zouden worden. Maar de Heere dacht daar anders over! De Ninevieten hebben zich bekeerd op de prediking van Jona.
De andere geschiedenis is die van de koningin van Scheba die helemaal vanuit zuidwestelijk Arabië is gekomen om de wijsheid van Salomo te horen. Die vrouw kwam van ver voorbij de horizon naar de gezalfde koning van Israël en ze ging verwonderd terug naar huis.
Wat bent u? Een Israëliet of een Nineviet? Een Jeruzalemmer of zo’n koningin van het Zuiden? De meesten van ons zijn in Israël geboren. Dat wil zeggen: groot geworden op het erf van het verbond. Laat deze tekst dan een waarschuwing zijn. Misschien sta je er zó dicht bovenop, dat je niet ziet wat er te zien valt, en daarom niet gelooft wat er te geloven valt. Als een Parijzenaar die zijn hele leven al naast de Eiffeltoren woont en maar niet kan begrijpen wat al die toeristen komen doen. Dan is het een zegen als de Heere je er even buiten zet. Opdat je eindelijk ziet wat er te zien valt.
Lezen:
Door Ds. G. Van Zanden