— Psalm 25:4-5
Wij zeggen wel eens dat iemand zijn weg heeft gevonden. Hij of zij heeft een opleiding of een beroep gekozen die bij hem of haar past. Het duurde allemaal even maar uiteindelijk heeft men zijn of haar weg gevonden. Is dat geestelijk ook zo? Er zijn namelijk geestelijk ook twee wegen, Een die naar het verderf leidt en een die naar het eeuwige leven leidt. Zelfs noemt de Heere Jezus Zichzelf de Weg. Weet je wel? Die bekende tekst uit het Johannes-evangelie: ‘Ik ben de Weg, de Waarheid en het Leven, niemand komt tot de Vader dan door Mij’. Van nature wandelen we op de brede weg. Je weet het wel van de plaat van de brede en smalle weg. De brede weg met allerlei zondig vermaak en de smalle weg waarop een kerk staat. Helaas staan er ook bij de brede weg kerken. Daar neemt men de zonde niet serieus. Daar mag je zijn wie je bent. Dat is een grote leugen. We kunnen geen twee heren dienen toch?
Het is niet zo eenvoudig om op het smalle pad tot het leven te blijven. We hebben onszelf zo tegen. We kunnen zo verdwalen zoals het schaap uit Psalm 119. Daar zingt de dichter: Gelijk een schaap heb ik gedwaald in ’t rond’. Daarom moeten we voor eens en altijd leerling blijven aan de voeten van Christus. Dat wordt geoefend in de weg van het gebed zoals ook David in deze psalm doet. De Heere is alleen de weg van het heil. Heil heeft in de grondtaal (Hebreeuws) ook het woord Jezus in zich. De hele dag verwacht David het van Hem. Doe jij dat ook? Dan zul je niet beschaamd worden. Bid maar: ‘Zie of bij mij een schadelijke weg is en leidt U mij op de eeuwige weg.
Door Ds. M. van Kooten