‘
— Psalm 25:15
‘Het oog wordt niet verzadigd met zien’ heeft Salomo, de zoon en opvolger van koning David eens gezegd. Dat is waar. Zeker in onze tijd waar door de massamedia de wereld een dorp is geworden. Wat komt er ontzettend veel op onze ogen af. Mooie dingen in het rijk van de schepping maar vooral ook verkeerde, zondigen dingen. Ooit was er een groenteboer die de Heere vreesde. Hij werd bij het ouder worden blind. Hij klaagde niet. Hij zei: ‘Ik heb met mijn ogen zoveel gezondigd. De Heere heeft nu het licht uit mijn ogen weggenomen. Maar... eens zal ik Hem mogen aanschouwen. Dan zal ik de Koning zien in Zijn schoonheid’. Dat is heel wat anders dan de rijke man uit de gelijkenis van Lazarus en de man die rijk heette maar nameloos arm was. Hij sloeg zijn ogen op zijnde in de pijn. Dat wil zeggen in de hel.... We mogen wel voortdurend bidden: ‘Wendt, wendt mijn oog van ‘d ijdelheden af.’. Dat riepen Christen en Getrouwe in de Christenreis ook toen ze over de IJdelheidskermis kwamen. Wat groot als onze ogen op de Heere werden geslagen. Niet af en toe, maar voortdurend. David zegt in een andere Psalm “Ik stel de Heere geduriglijk voor mij’. Dan komen we nooit bedrogen uit. Dan worden we uit het net gevoerd. Het net van de zonde, het ongeloof of het het dat de duivel en de wereld spannen. Hij maakt volkomen vrij. Doe maar wat de berijming zegt: ‘d ogen houdt mijn stil gemoed, opwaarts om op God te letten’. De dichter Lodenstein zong: ‘Oog omhoog, het hart naar boven. Hier beneden is het niet. ’t ware lieven, leven, loven is maar waar men Jezus ziet’. Kun je niet zien? De Heere wil ogenzalf geven, lezen we in Openbaring 3:18.
Door Ds. M. van Kooten