— Psalm 25:6-7
David zucht over de zonden uit zijn kinderjaren. Wij weten dat David in grote zonden is gevallen. Hij heeft de vrouw van Uria genomen terwijl hij reeds getrouwd was. Ook de dood van Uria, Bathseba’s man heeft hij op zijn geweten. Later liet hij in hoogmoed het volk tellen. Zware zonden zijn dat. Al die zonden mochten vergeven worden. Hij had ook zonden uit zijn kinderjaren. Hij vergoelijkt ze niet als kattekwaad en kwajongensstreken. Ook wuift hij ze niet weg met ‘je bent maar één keer jong. Welke zonden hij betreurt wordt ons niet verteld. Als we licht van de Heilige Geest ontvangen, dan is ons hele leven een en al zonde. Die zonden komen David in herinnering. Hij vraagt om vergeving. Ook al zijn zijn zonden vergeven. Dat heeft de Heere Jezus ons ook geleerd in het Onze Vader. ‘Vergeef ons onze schulden gelijk ook wij vergeven onze schuldenaren’. David weet maar al te goed dat hij zichzelf niet kan verbeteren. Altijd blijven de zonden aankleven. Kijk de al bijbelheiligen maar na. Daarom doet David een beroep op Gods eeuwige barnhartigheid en goedertierenheid. Die zijn van eeuwigheid.Nee, de Heere laat de zonde niet ongestraft. Hij heeft echter uit grote barmhartigheid en goedertierenheid Zijn Zoon gegeven opdat een ieder die in Hem gelooft niet verderve maar het eeuwige leven hebbe. Hij zegt niet: ‘Gedenk dat ik Psalmen heb gedicht; goed voor mijn ouders heb gezorgd; de ark naar Jeruzalem heb gehaald en zin had om een tempel te bouwen.’’ Dat waren mooie dingen maar hij kon er zijn zonden niet mee wegwassen. Hij noemt trouwens zijn zonden ook overtredingen. Hij is van het goede pad afgeweken. Er blijft daarom maar een bede over: Heere maak mij Uwe wegen door Uw Woord en Geest bekend’. Een lied om dagelijks te zingen.
Door Ds. M. van Kooten