“HET boek des geslachts van JEZUS CHRISTUS, den Zoon van David, den Zoon van Abraham”
— (Mattheüs 1:1).
Deze week staan we met elkaar stil bij het geslachtsregister van de Heere Jezus in Mattheüs 1. Wellicht denk je: ‘Geslachtsregister? Die sla ik altijd over, al die namen, wat kun je daar nu mee?’ Wanneer je het geslachtsregister van de Heere Jezus goed bestudeert, dan ontdek je daarin zaken die je verwonderen. Dat begint al in het eerste vers van dit eerste boek van het Nieuwe Testament. Mattheüs heeft dit Bijbelboek geschreven met het oog op het Joodse volk, waar hij toe behoorde. Dat zie je al in het eerste vers terug. ‘Het boek des geslachts’ is een letterlijke verwijzing naar Genesis 5:1 in de Griekse vertaling van het Oude Testament (Septuagint). Letterlijk staat er ‘boek van de oorsprong’. Het is alsof Mattheüs wil zeggen: ‘Wij Joden hebben Abraham als vader, maar gaan we verder terug dan komen we van Adam’. Omdat hij vooral de Joden op het oog had, begon hij het geslachtsregister bij Abraham. Door indirect te verwijzen naar Genesis 5:1 (‘het boek des geslachts van Adam’) laat Mattheüs zien dat de wortel van de stamboom bij Adam ligt. Vanwege de moederbelofte kon het niet anders dan dat Adam de eerste voorouder van Jezus, naar zijn menselijke natuur, was. Adam is ook onze eerste voorouder. Hebben we dat met ons hart geleerd? Want anders dan de Heere Jezus kunnen wij niet zeggen dat we in alles aan Zijn broederen gelijk geworden zijn, uitgenomen de zonde (HC zondag 14, vraag en antwoord 35). Hij moest waarachtig en rechtvaardig mens zijn. Omdat de mens(heid) gezondigd heeft en God daarom eist dat een waarachtig mens voor de zonde moeten betalen. Hij moest echter ook rechtvaardig mens zijn, omdat een zondig mens niet voor andere mensen kan betalen (HC zondag 6, vraag en antwoord 16).
Door Jan van Meerten