“En Ezekias gewon Manasse, en Manasse gewon Amon, en Amon gewon Josias“
— (Mattheüs 1:10)
Zelfs de meest verstokte atheïst moet erkennen dat koning Hizkia geleefd heeft. Wij geloven dat omdat dit in de Bijbel staat. Ook los van het Boek der Boeken zijn er aanwijzingen voor koning Hizkia. Dat geldt ook voor zijn vader Achaz en de koningen die na hem gekomen zijn. Wat een verschil tussen het leven van koning Hizkia en dat van zijn vader en van zijn zoon. Hoewel de Heere Manasse in de gevangenis in het hart grijpt, wordt hij in zijn regeerperiode getekend als een van de meest goddeloze koningen. Hier geldt: “Het briesend paard moet eind'lijk sneven” (Psalm 33:9, berijmd). Hier zie je echter dat genade persoonlijk is wat je niet kunt erven van vader/moeder of grootvader/grootmoeder. Hizkia is de zoon van de goddeloze koning Achaz. Het is een wonder vanuit de hemel dat Hizkia anders was dan zijn vader. Hizkia knapte de tempel weer op en wilde dat het volk op traditionele wijze het Pascha weer ging vieren. Hij stuurde brieven naar het noorden (Israël) en het zuiden (Juda) en riep in die brieven iedereen op om naar Jeruzalem te komen voor het paasfeest. Onder zijn koningschap werd Jeruzalem belegerd door grootmacht Assyrië. Aanvoerder Rabsaké spotte met Hizkia en de God van Hizkia. De koning nam deze dreigbrieven mee naar de tempel en legde ze voor de Heere neer. Ondanks de overmacht gaf de Heere uitkomst. In één nacht werden 185.000 soldaten gedood. Een man als Hizkia willen we wel in onze stamboom hebben, toch? Helaas zien we ook bij Hizkia dat de zonden in dit leven niet (helemaal) uitgebannen kunnen worden. Vol trots liet hij al de schatten zien aan de tempel van Babel. Toen volgde het oordeel: “Zie, de dagen komen, dat al wat in uw huis is en wat uw vaderen tot dezen dag toe opgelegd hebben, naar Babel weggevoerd zal worden; er zal niets overgelaten worden, zegt de HEERE”. Toch kon Hizkia sterven. Hij wist wie Zijn Borg was. Die Borg hebben wij allemaal nodig.
Door Jan van Meerten