‘En als hij nog ver van hem was, zag hem zijn vader, en werd met innerlijke ontferming bewogen; en toelopende, viel hem om zijn hals, en kuste hem.’
— Lukas 15:20b
Misschien denk je wel bij jezelf: mooi dat die jongen naar zijn vader verlangde. Maar hoe zal zijn vader reageren? Zijn vader zal bepaald niet blij zijn geweest hoe zijn zoon vertrok. En nog minder blij is hij over de levenswijze van zijn zoon. En nu, komt hij berooid terug? Nu komt hij wel, nu hij eigenlijk niet anders meer kan?
Weet jij hoe de Heere is? Dan moet je eens opletten op deze woorden in vers 20: ‘zag hem zijn vader’. Let op hoe dit hier staat. Zijn vader ziet hem aankomen. Zijn vader zíet hem. Zijn vader staat op de uitkijk. Dit laat zien dat zijn vader verlángt naar de terugkeer van zijn verloren zoon. Zijn vader verlangt nog meer naar zijn verloren zoon, dan dat die jongen verlangt naar zijn vader!
Hoe vaak heeft die vader aan hem gedacht? Hoe vaak heeft hij niet op de uitkijk gestaan? Wat een vader! Zo is nu de Heere! Zo is nu het Evangelie. God verlangt ernaar genadig te zijn. Hij ís genadig. Zo vertelt Jezus deze gelijkenis. Wat heeft ook Hij een brandend hart voor zondaren en tollenaren. En zelfs brandt Zijn hart van verlangen voor Farizeeën en Schriftgeleerden die zichzelf met wat godsdienst op de been kunnen houden.
De vader ‘werd met innerlijke ontferming bewogen’. Als hij zijn zoon ziet aankomen, rent hij op hem af en omhelst hem. Dit is beter te ervaren dan te omschrijven. Zo is God! Heb je dat weleens gezien? Genadig, voor kinderen die hem de rug toekeerden. Vol verlangen: kom tot Mij en vertrouw Mij op Mijn Woord.
Lezen: Lukas 15:11-20
Door Ds. J.A. Mol