Immers is Hij mijn Rotssteen en mijn Heil, mijn hoog Vertrek, ik zal niet grotelijks wankelen.
— Psalm 62:3
Wellicht heb je ergens in de Alpen wel eens een machtig rots massief gezien. Daar kun je heel hard tegenaan duwen, maar die rotsmassa verschuift echt geen millimeter. Die blijft vast en onbewogen! Zó is God voor David. David kent Hem heel persoonlijk, vanuit de levende omgang met Hem. Hij weet dat Hij onveranderlijk genadig en trouw is. Zó kennen alle geloven vandaag diezelfde God ook; in de Heere Jezus Christus, door de Heilige Geest. Als een God van heil (zaligheid) voor verloren mensen.
Als de God die hulp aan hulpelozen geeft, moed aan moedelozen en kracht aan krachtelozen. Hij is voor allen die op Hem bouwen en vertrouwen een onbeweeglijke Rotssteen. En tegelijk een hoog Vertrek, een veilige Schuilplaats. Te vergelijken met een hooggelegen schuilplaats waarin het veilig is als het land wordt overstroomd door een watervloed. Ja, wie in Jezus Christus geborgen is door een levend geloof, is voor tijd en eeuwigheid veilig in God. Ook al valt David telkens weer in zonde. Tóch zal hij niet ‘grotelijks wankelen’. Hij zal nooit definitief uit Gods genade vallen. Omdat God (ook nu!) al Zijn kinderen vasthoudt; en hen bewaart in het geloof, de hoop en de liefde. Kom, wat is deze God van Psalm 62 ál ons vertrouwen waard. Zoek je heil én hulp daarom alléén in Hem.
Door Ds. G. Kater