Daarom zal een mens zijn vader en moeder verlaten en zal zijn vrouw aanhangen, en zij zullen tot één vlees wezen
— (Efeze 5: 31).
Mag je naar vriendschap, verkering, liefde en een huwelijk verlangen of is dat een zondige begeerte? Het antwoord lijkt me niet moeilijk. Zowel in het Oude als in het Nieuwe Testament spreekt de Heere duidelijk, dat deze verlangens bij een mens horen. Maar ’t is wel belangrijk waaruit dit voorkomt. Paulus vergelijkt de liefde van Christus tot Zijn kinderen met een Bruidegom en bruid. Zoals Christus Zijn gemeente liefheeft, zo moeten man en vrouw elkaar ook liefhebben. Wie durft te zeggen dat hij zijn man, vrouw, jongen of meisje zo liefheeft, zo volmaakt, zo zuiver, zo oprecht? Toch is het een opdracht vanuit Gods Woord. Dat wij dit niet meer kunnen, is onze schuld, onze zonde. Maar we moeten er wel naar staan! Met minder mag je geen genoegen nemen. Ook in de verhouding jongen, meisje man en vrouw hebben we steeds het reinigend bloed van Christus nodig. De mannen moeten de Heere Jezus als voorbeeld nemen. Hij heeft Zichzelf overgegeven voor Zijn gemeente. Alles voor hen overgehad. En tegen de vrouwen zegt Paulus, dat de vrouw de man vreze, met eerbied liefhebben en respecteren. Al weidt Paulus niet uit over de huwelijksgemeenschap, het is duidelijk dat hij deze gemeenschap gebruikt om de onbegrijpelijke liefde van Christus tot Zijn zwarte bruid aan te geven.
Lezen: Efeze 5: 22 – 33
Door B.S. van Groningen