‘7 Zain. Zij zullen de gedachtenis der grootheid Uwer goedheid overvloediglijk uitstorten, en zij zullen Uw gerechtigheid met gejuich verkondigen. 8 Cheth. Genadig en barmhartig is de HEERE, lankmoedig en groot van goedertierenheid. 9 Teth. De HEERE is aan allen goed, en Zijn barmhartigheden zijn over al Zijn werken.’
— Psalm 145:7-9
In vers 7 staat een prachtig woord: gedachtenis. In Spreuken 10:7 staat dat de gedachtenis van de rechtvaardige tot zegen zal zijn. Waar moeten we aan denken als het gaat om Gods daden?
In vers 7 wordt gesproken over Zijn goedheid en Zijn gerechtigheid. De HEERE is goed. Laten we Hem dan ook niet verdenken dat Hij níet het goede met ons voorheeft. Bij gerechtigheid moeten we vooral denken aan de trouw van God aan Zijn volk: Hij bevrijdt Zijn volk van hun vijanden. Hij is een God en Koning die redt! Raak je daar ooit over uitgedacht en uitverwonderd?
Davids mond vloeit er van over in vers 8. Genadig en barmhartig is de HEERE, lankmoedig en groot van goedertierenheid. Zo is Hij! Je hoeft de HEERE niet ‘om te bidden’, Hij ís genadig. Hij ís barmhartig. Zijn hart brandt van ontfermende liefde voor Zijn volk. Hij heeft geduld met Zijn volk. Hij is lankmoedig: lang van moed, traag tot toorn. Hij is groot van goedertierenheid. Hij is die God en Koning die Zijn verbond en woorden houdt. Hij is trouw.
In vers 9 lezen we dat de HEERE aan állen goed is. Gods verbondsgenade was daar voor Israël op een bijzondere manier. Maar dat betekent niet dat God verder Zijn schepping losliet. Israël moest juist een middel zijn om iets te laten zien van Gods goedheid en genade.
Wat zien anderen aan ons? Merken ze iets van Gods goedheid en genade? Of leven wij daar zelf nog niet van? Weet dan: genadig en barmhartig is de HEERE!
Door Ds. J.A. Mol