’14 Samech. De HEERE ondersteunt allen, die vallen, en Hij richt op alle gebogenen. 15 Ain. Aller ogen wachten op U; en Gij geeft hun hun spijs te zijner tijd. 16 Pe. Gij doet Uw hand open, en verzadigt al wat er leeft, naar Uw welbehagen. 17 Tsade. De HEERE is rechtvaardig in al Zijn wegen, en goedertieren in al Zijn werken. 18 Koph. De HEERE is nabij allen, die Hem aanroepen, allen, die Hem aanroepen in der waarheid. 19 Resch. Hij doet het welbehagen dergenen, die Hem vrezen, en Hij hoort hun geroep, en verlost hen. 20 Schin. De HEERE bewaart al degenen, die Hem liefhebben; maar Hij verdelgt alle goddelozen. 21 Thau. Mijn mond zal den prijs des HEEREN uitspreken, en alle vlees zal Zijn heiligen Naam loven in der eeuwigheid en altoos.’
— Psalm 145:14-21
Vandaag lezen we de Psalm uit. In de verzen 1 t/m 13 gaat het vooral over de lof op de HEERE als eeuwige Koning. Hij is groot, goed en rechtvaardig. Dit moet verkondigd worden aan alle mensen.
Vanaf vers 14 zien we die goedheid van God vooral in de praktijk. Het is de HEERE die ondersteuning biedt. Hij is het die zorgt voor voedsel. Hij is nabij allen die Hem aanroepen. In het bijzonder is Hij gericht op die Hem vrezen.
Het is God die zorgt voor Zijn schepping en schepselen. Gods hulpvaardigheid wordt in deze verzen onderstreept. Koning zijn in de stijl van Gods Koninkrijk betekent ‘dienstbaar zijn’. Hoe bekleden wij een leidinggevende functie? Heersen we? Of dienen we? Let op de Koning-knecht Jezus Christus. Laten de koningen vandaag de uitoefening van hun ambt spiegelen aan het Koningschap van Christus.
De HEERE is nabij. Dat geeft moed. Vanwege Gods ontferming is ons leven gericht op Hem. Hij is nabij allen die Hem in waarheid aanroepen. ‘In waarheid’ verwijst hier niet naar innerlijke oprechtheid, maar naar de vastheid van Gods verbond. Vanwege Gods genadeverbond is de HEERE Zijn kinderen nabij. Daarom hoort en verlost Hij.
Hij bewaart al degenen die Hem liefhebben, maar de goddelozen, dat zijn zij die niets van God wensen aan te trekken (jij toch niet…?), die vaagt Hij weg. Laat onze mond Zijn lof verkondigen van nu aan tot in eeuwigheid.
Door Ds. J.A. Mol