Van het reine vee, en van het vee dat niet rein was, en van het gevogelte en al wat op de aardbodem kruipt, kwamen er twee en twee tot Noach in de ark.
— Genesis 7:8-9a
Noach hoeft niet zelf alle dieren op te halen en in de ark te brengen. Daar zorgt de Heere Zelf voor. Wat moet het een wonderlijk gezicht zijn geweest! Twee aan twee komen de dieren naar de ark: een mannetje en een vrouwtje van ieder soort. Duiven en raven, spinnen en hagedissen, leeuwen en beren. En van de reine dieren komen er zelfs zeven paren van ieder soort: koeien en schapen.
De Heere heeft de dieren in Zijn hand. Hij brengt ze precies op het juiste moment bij Noach. We lezen nergens dat onderweg een leeuw een lam aanvalt of dat de dieren elkaar verslinden. Het lijkt alsof de schepping voor een moment iets laat zien van de vrede die er vóór de zondeval was. Alles gebeurt precies zoals de Heere het heeft gezegd.
Dat moet voor Noach een bevestiging zijn geweest. God doet wat Hij belooft. Tegelijk was het voor de mensen rondom hem een waarschuwing. Ze zagen de dieren komen. Ze konden de ark zien. Ze hadden de prediking van Noach gehoord. De Heere gaf hun opnieuw een teken. Wat is Hij toch lankmoedig en geduldig! Zelfs na 120 jaar is Zijn geduld nog niet ten einde.
Ook jij leeft te midden van Gods wonderen. Je mag iedere dag wakker worden. Je ziet de schepping, je ontvangt eten en drinken en je hoort Gods Woord. Misschien heb je meegemaakt dat de Heere op een bijzondere manier hielp of beschermde. Maar de belangrijkste vraag is niet hoeveel wonderen je hebt gezien. De belangrijkste vraag is: wat hebben de wonderen van God met jou gedaan?
De mensen in de dagen van Noach zagen de ark en de dieren, maar bleven buiten. Ook vandaag kun je veel weten van de Bijbel, naar de kerk gaan en Gods wonderen zien, zonder dat je werkelijk tot Christus vlucht.
De grootste wonderen zijn daarom niet de wonderen die onze ogen zien, maar het wonder dat een zondaar de Heere Jezus Christus leert kennen. Ben jij al door genade gebracht in de Ark van het Nieuwe Testament, Jezus Christus? Dan is er alleen maar verwondering: Heere, waarom hebt U naar míj omgezien?
Lezen: Genesis 7:2-10
Door Ds. J. Joppe