Maar ik zal Uw aangezicht in gerechtigheid aanschouwen, ik zal verzadig worden met Uw beeld, als ik zal opwaken.
— Ps. 17:15
Psalm 17 is een gebed gericht aan de HEERE. Een gebed om redding, om bescherming. Psalm 17 is een speciaal soort klaagpsalm. Het bevat namelijk een protest van onschuld tegenover tegenpartijders. Psalm 17 is een psalm van David in een vluchtperiode. Vermoedelijk vlucht hij voor koning Saul in de wildernis van Maon (1 Sam. 23:25). Vluchten is heel ingrijpend. Het raakt je lichaam, je denken, je emoties, je identiteit en wat je gelooft. Verlammende angst kan je voelen in je buik. Je stressysteem gaat op continue stand-by. Als een kwetsbaar dier in het wild ben je gericht op directe veiligheid. Je hart is een schreeuw, een roep. David roept dan ook in Psalm 17.
David weet waar hij het zoeken moet. In het gebed. Bij de HEERE, de Verbondsgod. Als hij bidt dan hijgen de tegenstanders in zijn nek. Die zijn niet mals. Ze willen gewoonweg niet horen. Hun hart hebben zij ‘met vet omsloten’ en ‘hoogmoedig is hun mond’, vertelt vers 10. Het zijn rijke mensen die schatten hebben in de wereld. Tegenover die rijkdom van de tegenstander staat David als de arme vluchteling.
Voor het oog een ongelijke strijd. Gods kind staat zo zwak voor het oog. Dat maakt deze Psalm zo ontzettend spannend. Er is een strijd aan de gang tussen twee rijken. Het rijk van de duisternis tegenover het rijk van het licht. Satan tegenover Christus. Het kwade tegenover het goede. En toch…in die strijd begeeft David zich tot God. En in die chaotische tijd en strijd waarin David verkeert roept hij God als Rechter te hulp. De God van gerechtigheid. Wie roepen wij te hulp als we in moeite verkeren? Wat doe jij dan?
Wat een voorbeeld is David voor ons!
Christus heeft gezegd: ‘Deze dingen heb Ik tot u gesproken, opdat gij in Mij vrede hebt. In de wereld zult gij verdrukking hebben, maar hebt goede moed, Ik heb de wereld overwonnen.’ (Joh. 16:33)
Door Ds. J.W. Verboom