En Jezus, dat horende, zeide tot hen: Die gezond zijn, hebben den medicijnmeester niet van node, maar die ziek zijn. Ik ben niet gekomen, om te roepen rechtvaardigen, maar zondaars tot bekering.
— Markus 2:17
Een duidelijk woord van Jezus: ‘Die gezond zijn, hebben de medicijnmeester niet van node, maar die ziek zijn’. Heel logisch ook. Wie vraagt zich af: ‘Wat moet ik doen om zalig te worden’? Dat doen de mensen die op de Pinksterdag door de prediking van Petrus in het hart getroffen werden en aan hun zonden en ellenden ontdekt zijn geworden. Dat doet de stokbewaarder in Filippi als hij geen kant meer op kan door zijn ellende. Kortom: wie ziek is, gaat naar de dokter. Toch is dat niet helemaal wat er in het gedeelte van vandaag staat. Er staat namelijk niet dat mensen die ziek zijn naar de dokter gaan, maar dat ze een dokter nodig hebben. En in het gedeelte van vandaag blijkt dat de Arts zonder grenzen, de hemelse Medicijnmeester Jezus Christus Zelf de zieken opzoekt! Ze komen niet uit zichzelf tot Hem, maar Hij roept ze en ze komen tot Hem, zoals Levi.
Jezus wil met tollenaren en zondaren aan tafel zitten. Waarom? Zulke mensen hebben geen geestelijke pretenties meer, ze kunnen geestelijk gezien niets meer worden of zijn. En daarom is de opzoekende zondaarsliefde van de Zaligmaker voor hen Evangelie. Jezus komt verlorenen, zieken, zondaren, verdwaalden en gedeukten opzoeken. Is Hij er dan niet voor de Farizeeën en Schriftgeleerden? Zeker wel! Maar zij willen Hem niet. Zij mopperen. Volgens hen hebben zij meer recht op God dan de rest van de mensen. En daarin zien zij hun eigen ellende niet onder ogen. En als je niet aan de grond gekomen hebt, heb je de Heere Jezus en Zijn werk als Verlosser ook niet nodig. Daarom zijn zij jaloers op allen die van Gods onverdiende gunst en genade mogen leven.
Lezen: Markus 2:1-17
Door Ds. P.W.J. van der Toorn