En ziende op Jezus, daar wandelende, zeide hij: Zie, het Lam Gods.
— Johannes 1:36
Zowel Johannes 1 als Genesis 1 beginnen met de woorden: In den beginne. In Genesis 1 lezen we hoe God de mens geschapen heeft naar zijn beeld. In Johannes lezen hoe God door Zijn Heilige Geest de gevallen mens weer herschept naar het beeld van Zijn Zoon, de Heere Jezus. Zowel de schepping als de herschepping zijn het werk van God. Zo zien we in Johannes 1 hoe God door de zending van Christus, het Woord, zondaren maakt tot Zijn discipelen. Zondaren worden wedergeboren. Van nature zijn we niet meer in staat om God te dienen en te verheerlijken. Er is een nieuwe geboorte nodig. Een herschepping. Johannes de Doper wordt gezonden om de komst van de Messias voor te bereiden. Nu is het moment aangebroken dat Jezus begint met Zijn publieke optreden onder Israel. Johannes ziet Jezus komen en wijst Hem aan: Zie het Lam van God. Dat is opvallend. Johannes zegt niet: Zie, de Messias. Dat is Hij natuurlijk ook. Maar Johannes de Doper verkondigt dat deze Jezus de vervulling is van heel de offerdienst in het O.T. De offers in het O.T. verkondigden dat verzoening nodig is om tot God te komen en voor Zijn aangezicht te staan. Dat is de prediking die er uitging van de tabernakel en later de tempel. Maar al die offers waren niet in staat om de zonde echt weg te nemen. Ze riepen om het ene, volmaakte offer. Nu komt Hij Die dat offer zal brengen. Ja, Hij is Zelf het offer. Zijn jouw ogen er voor open gegaan dat je dit Lam van God nodig hebt om voor God te kunnen bestaan? De dood van dit Lam verkondigt jou en mij dat wij de eeuwige dood hebben verdiend. Wij hebben dit Lam nodig.
Door Ds. H. Polinder