En ziende op Jezus, daar wandelende, zeide hij: Zie, het Lam Gods.
— Johannes 1:36
Johannes de Doper noemt Jezus niet een Lam van God, maar het Lam van God. Dat betekent dat Hij het enige Lam. Er is geen ander Lam dat geschikt is om voor de zonde te sterven. In het Oude Testament werd door God gezegd dat het een volkomen lam moet zijn om dienst te kunnen doen als offer. Er mocht geen gebrek aan een lam zijn. Het moest een gaaf lam zijn. Dit Lam is het enige Lam dat voldoet. Hij is uitermate geschikt. Aan Hem is geen gebrek te vinden. Hij is volkomen rechtvaardig en goed. Er is geen ander offer dat God tevreden kan stellen. Onze eigen offers schieten te kort. Misschien wil jij ook wel God wat aanbieden. Je laat zien dat je het serieus meent met je gebeden en bijbellezen. Je laat zien dat je toch bezig bent om je leven te verbeteren en te veranderen. Je kunt dit heel snel voor jezelf als een soort offer zien dat je aan God gaat geven en dat je bij jezelf denkt: Nu zal God mij wel genadig zijn. Maar hoe goed zulke dingen op zichzelf zijn, ze zijn geen grond voor ons behoud. Niet het offer dat ik breng, niet de tranen die ik pleng, zingt een prachtig ouder lied. Wij hebben God niets meer aan te bieden. Dat is verootmoedigend. Dat maakt je ook klein. Ik sta hem volkomen lege handen voor God. Maar wat wij niet hebben, God geeft Zelf in dit Lam. Dat betekent dat je met dit Lam van God nooit bedrogen uitkomt. Besef wel dat er buiten dit Lam geen verzoening met God. Zonder Hem ben je verloren en ga je straks voor eeuwig verloren. Hij is het Lam dat jouw zonden draagt, of je bent buiten Hem en dan draag je je eigen zonden tot in eeuwigheid. Hier is het Lam om je te behouden!
Door Ds. H. Polinder