Want wellicht is hij daarom een kleine tijd van u gescheiden geweest, …
— Filémon: 15a
Onésimus is een slaaf. Hij is onnuttig. Hij is ook nog eens een weggelopen slaaf. Dat was heel risicovol. Hij zocht vrijheid, maar leefde eigenlijk voortdurend in angst om herkend en gepakt te worden. Als een weggelopen slaaf weer teruggebracht werd bij zijn meester dan kon hem dat zijn leven kosten. Zoek je vrijheid in de wereld? Zoek je je geluk, net als de verloren zoon, buiten het huis van je vader? En de figuur van vader betekent in genoemde gelijkenis de Heere Jezus.
Hoe dan ook, Onésimus is weggelopen bij zijn heer Filémon. Waarom? Liep hij weg uit angst omdat hij gestolen had? Of was het pure opstand. Gewoon niet langer willen luisteren. Of was het vrijheidsdrang. Doen waar je zelf zin in hebt? Bij Onésimus weten we het niet. Maar misschien kun je het wel voor jezelf invullen. Had Onésimus eigenlijk wel een goede reden om weg te lopen? Zou hij het slecht gehad hebben bij zijn meester. Uit vers 2 blijkt dat Filémon zijn huis openstelde voor de gemeente om daar samen te komen. Zou de christelijke liefde niet hebben geheerst in huize Filémon? Daar mogen wij wel vanuit gaan. In dat geval had Onésimus nergens beter dienstknecht kunnen zijn dan bij Filémon. En toch weggelopen. Zie je hoe onredelijk dat is.
Er is nog iets. Onésimus loopt weg bij het Woord, Dat wijs kan maken tot zaligheid. Net als vroeger Hagar wegliep uit de tent van Abraham en Sara. In die tent brandde de lamp van Gods openbaring helder. Daar was het Evangelie. En al ga je trouw naar de kerk, het is waar wat ds. G. Boer zei: ‘Wij allen zijn inwendig bezig ons te onttrekken aan de tucht van het Woord.’ Sta op en keer toch terug.
Door Ds. J. Lohuis