Wat is een waar geloof? De Catechismus zegt: ‘Een waar geloof is niet alleen een stellig weten of kennis, waardoor ik alles voor waarachtig houd wat ons God in Zijn Woord geopenbaard heeft, maar ook een vast vertrouwen, hetwelk de Heilige Geest door het Evangelie in mijn hart werkt, dat niet alleen anderen, maar ook mij vergeving der zonden, eeuwige gerechtigheid en zaligheid van God geschonken is, uit louter genade, alleen om der verdienste van Christus wil.’ (HC zondag 7)
Als Jezus Petrus bestraft, noemt Hij hem een ‘kleingelovige’. Dat is iets anders dan een ongelovige. Een kleingelovige is iemand die weliswaar dat ware geloof van Zondag 7 heeft, maar dat ware geloof is een stuk kleiner dan wenselijk.
Wie een groot geloof heeft, kan bergen verzetten. Die ligt nergens meer van wakker. Die loopt over van een overstelpende liefde die van Boven naar beneden in zijn hart uitgestort wordt. Die leeft onder een open hemel en die is de gelukkigste van alle mensenkinderen. Maar de ervaring leert, dat geloof meestal niet zo groot is.
Maar het geloof lijkt op de zee. Het komt in golven en getijden. Groot geloof kan tegen een stootje – kleingeloof kan heel slecht tegen stootjes. Groot geloof staat vást – klein geloof wankelt. Groot geloof ziet strak op Jezus, ‘ziende op Jezus, de overste Leidsman en Voleinder des geloofs’ – kleingeloof kijkt scheel. Het heeft zowel Jezus in het oog als de omstandigheden. Het hinkt op twee gedachten. Er is wel zicht op Christus, maar er is óók zicht op de golven en de baren die de benauwde ziel vervaren…
De kleingelovige leeft dus onder de maat. Gelukkig is kleingeloof tóch geloof. En wie gelooft, zal ook behouden worden. En dus reikt de Heere zo’n kleingelovige Petrus toch maar weer de hand en trekt hem weer uit de golven van zijn kleingeloof omhoog. Om hem weer vaste grond te geven. En daarom is het dat Gods kinderen nooit ongezonken en ongeschonden uit het wonder tevoorschijn komen.
Lezen:
Door Ds. G. Van Zanden