…maar de Geest Zelf bidt voor ons met onuitsprekelijke zuchtingen.
— Romeinen 8: 26b
Het werk van de Heilige Geest, Die met Pinksteren in zo’n rijke mate is uitgestort, is veelzijdig en onmisbaar. Hij overtuigt niet alleen van zonde, gerechtigheid en oordeel. Hij past ook het werk van Christus toe aan door schuld getroffen en verslagen zondaarsharten. Maar Hij is ook Voorbidder, “want wij weten niet, wat wij bidden zullen, gelijk het behoort.”
Als we geleid worden door de Heilige Geest, dan leren we onze zwakheden kennen. Het geloof is vaak zo klein, de hoop soms zo ingezonken en de liefde ver weg. Die zwakheden praten we niet goed, maar we gaan er als het goed is mee naar de Heere.
In vers 26 heeft Paulus een bepaalde zwakheid op het oog. “Wij weten niet, wat wij bidden zullen, gelijk het behoort.” Wij bidden soms om wegneming van moeiten en zorgen, waarvan de Heere weet dat het beter voor ons is om dat kruis te houden. Of we bidden om in het bezit te komen van iets waarvan de grote Hoorder van het gebed weet, dat we beter zijn met het gemis.
Want wat doet nu de Heilige Geest als we de Heere mogen vrezen? Hij komt onze zwakheden in het bidden mede te hulp. Wat is dat vertroostend, juist in tijden waarin u of jij uitgebeden bent en de hemel van koper lijkt. “Maar de Geest Zelf bidt voor ons.” Hij is de grote Voorbidder op de aarde. Hij legt de woorden in de mond. De apostel schrijft: “met onuitsprekelijke zuchtingen”. Er zijn soms gedachten en gevoelens waar geen woorden voor te vinden zijn in onze gebeden. Als we gebukt gaan onder een last van zonde en schuld Als de aanvallen van de duivel hevig zijn. Maar ook als we overladen zijn met Gods weldaden, dan kan het ons aan woorden ontbreken. Maar dan is het de Geest, Die voor ons bidt met onuitsprekelijke zuchtingen.
Kennen wij dit bidden, gewerkt door de Heilige Geest? Als dit bidden, dit zuchten u of jou nog vreemd is, weet dan, dat de Heilige Geest het vandaag wil leren.
Lezen: Romeinen 8: 18-30
Door Ds. J. Joppe