22 Januari 2026
Hoe verder na Kerst? / Van Bethlehem naar Egypte! (2)
Hoe verder na Kerst? / Van Bethlehem naar Egypte! (2)

En was aldaar tot de dood van Herodes; opdat vervuld zou worden hetgeen van de Heere gesproken is door de profeet, zeggende: Uit Egypte heb Ik Mijn Zoon geroepen.

— Matth.2:15

Het gaat helemaal anders met het Kindje Jezus op weg naar de troon van David. Jozef en Maria zijn diep versterkt in hun geloof in de reddende voorzienigheid van God, omdat ze op tijd weg kunnen. Tegelijk worden ze in datzelfde geloof diep beproefd, omdat ze zo’n lange, moeilijke vluchtweg moeten gaan. Waarom toch?

    

Nou, daar kunnen ze van alles over gedacht en besproken hebben, maar pas als je het Evangelie van Mattheüs lees, kom je het te weten. Dat wisten zij samen nog niet. Wij wel. Gode zij dank. Want dat is heel bijzonder. Dat is heel diep Evangelie van genade. Er gebeurt namelijk iets bijzonders, terwijl het Kindje in de nacht verdwijnt richting Egypte, om een lange tijd in ballingschap te gaan. Dan gaan er profetische woorden van Hosea in vervulling. Heel bijzonder, hoe de Heilige Geest die woorden er nu bijhaalt. Die woorden gaan over uit Egypte geroepen, terwijl het Kindje nu juist naar Egypte vertrekt. Dat is nog eens hoop en troost voor …

 

Ja, voor wie? Voor mensen zoals jij en ik, die hun roeping uit Egypte (d.w.z. uit het heidendom) niet hebben beantwoord met bekering en geloof. Ik hoor iedere zondagmorgen in de kerk: Ik ben de HEERE, uw God, Die u uit Egypteland, uit het diensthuis, uitgeleid heb. Ik draag het teken van de Heilige Doop, dat ik bij het genadeverbond van de HEERE God mag behoren. Maar ik ben het niet waard en ik maak het niet waar. De Wet van Gods liefde overtreed ik voortdurend en volledig. En mijn verplichtingen in het verbond verbreek ik iedere dag. Als er iemand waardig is om naar Egypte van duisternis, dood en doem verbannen te worden, dan ik wel. Als er iemand niet waardig is, om weer genadig uit Egypte geroepen te worden, dan ben ik het.

 

Maar bij U, Jezus, Kind van Bethlehem, Kind van ballingschap, is onze levensbron. Uw licht doet (zelfs in de nacht) nog helderder dan de zon, ons het heugelijk licht aanschouwen. Geef toch, dat mij nooit trotse voet vertrap’, noch boze hand in ballingschap, ellendig om doe zwerven (Ps.36:3).

Hij eruit, opdat ik erin mag. Hoe? Doordat Hij al de Zijnen in Zich meeneemt, als Hij uit Egypte geroepen wordt. Doordat ik door het geloof mag schuilen bij Hem en in Hem. Nu luister ik anders op zondagmorgen: Ik ben de HEERE, uw God, Die u uit Egypteland, uit het diensthuis, uitgeleid heb.   

Jaco Cabaret

Door Jaco Cabaret

Ook interessant
JouwKompas is een initiatief van omsionswil.nl