‘Dat onder ulieden niet zij een man of vrouw of huisgezin of stam, die zijn hart heden wende van de HEERE onze God…..’
— Deut. 29 vs 18
De HEERE weet wat en hoe de mens is. Hij kent ons door en door. Dat ook zij die zoveel gunsten van de HEERE hebben ondervonden toch tot alle kwaad geneigd en in staat zijn. Hij weet wat van Zijn maaksel is te wachten. Onbekwaam tot enig goed, geneigd tot alle kwaad. Van de allervroomsten in de Bijbel worden zonden vermeld, ook van Mozes die zelf het beloofde land niet in mocht! Daarom lezen we in de laatste hoofdstukken van Deuteronomium zo vaak ernstige waarschuwingen om toch niet af te wijken van Gods geboden. De grote verzoeking in Kanaän zal die van de afgodendienst zijn. Het overnemen van heidense manieren. Wereldgelijkvormigheid. In vs 18 noemt Mozes de afgoderij, het niet alleen de HEERE dienen en gehoorzamen, ‘een wortel die gal en alsem draagt’. Hij doelt op het besmettelijke karakter van de zonde: je sleept er anderen in mee.
Het valt op dat Mozes hier over het verbond spreekt en daarbij in één adem over Gods vloek spreekt. Al in vs 12 en ook in vs 19,20,21 en 27. De HEERE voorziet wat er gaat gebeuren. En Hij waarschuwt hier zo indringend en herhaaldelijk! Hij gebruikt er Mozes voor en later zijn opvolger Jozua. Als onder zijn leiding het land is ingenomen zegt hij tegen het volk dat ze moeten kiezen wie ze zullen dienen: de afgoden of de HEERE. Dan zegt het volk wel dat ze de HEERE zullen dienen, maar Jozua laat dan goed merken dat daar weinig van terecht zal komen.
Waarschuwen, wijzen op de zonde en allerlei verleiding van de ongelovige omgeving was toen zal zo hard nodig. Vandaag zeker niet minder! Nu de ‘wereld’ niet op afstand is maar onze huizen en harten en levens van alle kanten binnendringt. We zijn geroepen ons onbesmet van de wereld te bewaren. Wie is daartoe bekwaam?
Denk niet dat er vergeving is wanneer je willens en wetens Gods Woord en Zijn geboden negeert. Jezelf zegenen en van Gods vloek je niets aantrekken is onvergefelijk: de HEERE zal je naam van onder de hemel uitdelgen. En ook land en volk dat zo doet zal de gevolgen dragen. De grond zal zwavel en zout worden. Er zal geen vrucht op het land, ja geen leven meer mogelijk zijn. Gods oordeel komt, als eens over Sodom en Gomorra. Wee ons, als we Gods trouwverbond verbreken en verlaten. Er zal geen zegen, maar vloek, er zal geen dageraad zijn!
Lezen: Deut. 29 vs 18 – 28.
Door Ds. A. den Boer