En Henoch wandelde met God,
— Genesis 5:22a
De naam Henoch is, denk ik, voor de meeste lezers van deze overdenkingen niet vreemd. We lezen in de Bijbel drie keer iets over hem. Deze week ga ik dat met jou overdenken. De eerste keer is in Genesis 5. Dit hoofdstuk, waarvan je de eerste acht verzen hebt gelezen, is een opsomming van nakomelingen van Adam. Hun namen worden genoemd, ook het aantal jaren voordat de volgende nakomeling wordt geboren, en ten slotte hoeveel jaren ze in totaal hebben geleefd. En het sombere refrein is elke keer: “En hij stierf”.
Heel naar, dat dit eeuwen- en eeuwenlang gebeurde: sterven. En nog naarder dat het straks ook van mij gezegd moet worden: “Ds. Pieters stierf…” En het naarste is wel, dat hetzelfde met jouw naam ingevuld, gezegd moet worden.
Vreselijk!
Over al de mensen van de geslachtslijst van Adams nakomelingen staat verder niets beschreven. Niets over hun werk of over hun huwelijk. Gewoon helemaal niets. Bijna zou je zeggen: dat is symbolisch. Is er niets wat de moeite van het noemen waard is? Is het leven zo leeg, zo zinloos? Er is een tijd om geboren te worden, lezen we in Prediker 3, én er is een tijd om te sterven. Maar hij schrijft niet dat er tussen geboren worden en sterven een heel leven ligt. Dat is er wel, maar wat is het eigenlijk?
Jouw leven…; ja, wat is het eigenlijk? Is het de moeite waard om te vermelden? Is jouw leven niet leeg, maar vol? Vol van het goede? Vol van God?
Ik zeg niet dat het leven van al die mannen in Genesis 5 leeg was. Maar toch… Wat treffend dat er over hun hele leven NIETS vermeld wordt.
Oproep: Laat jouw leven vol zijn; zodat jij niet tevergeefs leeft, maar tot zegen bent voor je naaste!
Lezen: Genesis 5:1-8.
Door Ds. W. Pieters