‘Houdt dan de woorden van dit verbond en doet ze.’
— Deut. 29 vs 9a
Het volk Israël is onder leiding van Mozes aan het eind van de lange woestijnreis gekomen, in Moab. Hij weet dat ook zijn levenseinde dichtbij is en afscheid van het volk moet nemen en de leiding overdragen aan Jozua. Zo’n situatie doet de ernst van het leven sterker dan anders gevoelen, zoals ook bij een jaarwisseling. De HEERE geeft hem de opdracht om Zijn verbond met Israël dat bij de berg Horeb gesloten is te vernieuwen. Dat verbond was als een huwelijk, waarvan de Tien Geboden de akte zijn. Dat verbond lag vast: in de HEERE Zelf Die Zich presenteert met de woorden: ‘Ik ben de HEERE uw God…’. Hij heeft Israël tot Zijn volk verkozen en Met Zijn Naam en grote daden aan Zich verbonden. En het volk moet zich verplicht weten Hem naar Zijn geboden te dienen.
In het boek Deuteronomium(= tweede wet) heeft Mozes de geboden uitgewerkt met het oog op het leven straks over de Jordaan in het beloofde land. Het is niet een heel nieuw en ander verbond maar een uitwerking van het eerste verbond. In Gods wet gaat het wel altijd om de liefde tot God en de naaste. Dat is en blijft de kern van Gods verbond. Maar die kern vraagt wel om een concrete invulling en uitwerking in de praktijk van alle dag. De gevaren en verleidingen tot zonde moeten wel bij de naam genoemd worden. Wat goed is en wat kwaad moet duidelijk zijn. De concrete geboden mogen niet vervagen met een beroep op de liefde. De liefde is concreet. Johannes schrijft in zijn eerste brief dat de echte liefde uitkomt in het bewaren van Gods geboden.
De bedoeling van deze verbondsvernieuwing is om het volk krachtig op haar hart te drukken de HEERE te dienen. Hij herinnert ze aan de grote wonderen die ze gezien hebben bij de uittocht uit Egypte en tijdens de tocht door de woestijn. Ze hebben zoveel bewijzen van Gods almacht en van Zijn goedheid. Aan eten en drinken en kleding geen gebrek gehad en vijanden verslagen en hun land ten Oosten van de Jordaan ingenomen. Dat alles met Gods bijzondere en wondere hulp.
In vers 9 komt Mozes tot een conclusie, een toepassing: ‘houdt dan de woorden van dit verbond en doet ze!’ Op de daad komt het aan. Gods Koninkrijk bestaat niet in woorden, maar in kracht. Niet ieder die zegt ‘Heere, Heere’, zal ingaan in het Koninkrijk der hemelen, maar die daar doet de wil Mijns Vaders Die in de hemelen is’. Wees dan verstandig in alles wat je doet. Door altijd aan de HEERE te denken en te vragen: wat wilt Gij dat ik doen zal?
Lezen: Deut. 29 vs 1 – 9.
Door Ds. A. den Boer