En Henoch wandelde met God, driehonderd jaar.
— Genesis 5:22
Nu hebben we het gisteren wel over al die andere mannen gehad, die in Genesis 5 genoemd zijn, en dat er niets over hun leven van alle dag, maatschappelijk, huiselijk of godsdienstig, beschreven staat, maar over Henoch had ik het niet. En toch ging het volgens de dagtekst over hem. Ja, dat is de bedoeling. Maar daarom juist eerst iets over het ‘tekstverband’. Want nu opeens, na een hele rij namen komt er een naam, een man, over wie wél wat vermeld wordt. Dat valt nú des te meer op!
En wát schrijft Mozes dan over deze ene uitzondering? Niets over zijn maatschappelijke, burgerlijke of huiselijke omstandigheden of verrichtingen; alleen maar: Henoch wandelde met God. En er staat bij dat hij dit driehonderd jaren lang deed.
We lezen niet het woordje ‘dagelijks’ ertussen: “Henoch wandelde dagelijks met God”, maar dat mogen we wel veronderstellen.
Wat zou dit betekenen? De statenvertalers schrijven in een voetnoot/kanttekening, in de editie van 1637: “hy leydde voor Godt een heylich leven met een grooten yver, ende bysondere gestadicheyt; sich afsonderende vande godtloosheyt, ende boose seden der werelt.”
Ja, dat hoort er ongetwijfeld bij: heilig leven; grote ijver; bijzondere voortduur; zich afzonderen van goddeloosheid en van zondige gebruiken en gewoonten van de mensen die met God en Zijn gebod geen rekening houden.
Maar dan word je wel min of meer een eenling. Soms kom je nog zo iemand tegen, maar dat zijn er helaas niet zoveel. De meeste leeftijdgenoten hebben daar geen zin in en zien er ook de zin niet van in.
Jij dan? Lijkt je dit wat?
Morgen gaan we iets verder in op de uitdrukking ‘wandelen’. Nu nog even de vraag: wat is heilig leven? Het is: alles aan God toewijden. Op God gericht zijn in alle dingen die je doet en laat.
Lezen: Genesis 5:18-24.
Door Ds. W. Pieters