‘De verborgen dingen zijn voor de HEERE onze God……….’
— Deut. 29 vs 29
Opmerkelijk, vs 29. Ineens gaat het over de verborgen en de geopenbaarde dingen. Stellig wil Mozes hiermee nog eens extra benadrukken hoe ernstig we de woorden van de HEERE onze God moeten nemen. Wij zijn zo nieuwsgierig. Kleine kinderen willen al van alles weten en stellen soms haast eindeloos de waaromvraag. Als ouders en opvoeders weet je soms echt geen bevredigend antwoord te geven.
Calvijn kreeg eens de vraag van een student wat God deed voordat Hij alles geschapen had. Hij gaf het vlijmscherpe antwoord: toen maakte Hij de hel gereed voor nieuwsgierige mensen. Maar je kunt ook echt worstelen met vragen over het hoe en waartoe van alles wat gebeurt. Niet zelden is de openbaring van Gods eeuwig welbehagen, Zijn verkiezing tot zaligheid iets waar mensen mee vastlopen. Maar dan vermoei je je met wat God voor Zichzelf houdt en je gaat voorbij aan wat Hij zo duidelijk in Zijn Woord bekend gemaakt heeft. Dat is dwaasheid, zonde, ongeloof. Het kan een manier zijn om onder de klem van Gods Woord dat tot geloof en bekering oproept uit te komen en je daarvoor te verontschuldigen. Met een beroep op Gods verborgen raad en wil kun je zover komen dat je God verantwoordelijk stelt voor de zonde.
We moeten God God te laten en onze plaats kennen. Zoveel te meer nu wij gevallen zondaren zijn met een verduisterd verstand en boos hart. Toen de satan Adam en Eva zei dat God met Zijn verbod van de boom van kennis van goed en kwaad de mens het ware geluk onthield gingen ze erin mee. Hoe erg om kwade gedachten van God te hebben!
Daarom moeten we ons richten op en genoeg hebben aan wat God ons bekend gemaakt heeft: Zijn geopenbaarde wil. Die komt zo rijk tot ons in Zijn genadeverbond. En daarmee kwam Hij al aan het begin van ons leven naar ons toe, met als teken en zegel de Heilige Doop. Daarbij is in alle duidelijkheid gezegd, ja gezworen dat Hij ons -in de weg van wedergeboorte, geloof en bekering, door middel van het Evangelie en de Heilige Geest Die de HEERE op het gebed geeft, de vervulling van Gods heilsbeloften zal schenken: vergeving van zonden en een nieuw, eeuwig leven. Wij hebben echt genoeg aan wat God ons geopenbaard heeft: wat Hij welmenend beloofd en ernstig vermaand heeft; kortom: de zegen en de vloek van Zijn verbond.
Lezen: Deut. 29 vs 29.
Door Ds. A. den Boer