Henoch dan wandelde met God; en hij was niet meer, want God nam hem weg.
— Genesis 5:24
Niet alleen Henoch en niet alleen daarna Noach, maar ook Abraham wandelde met God. Die opdracht geeft God hem: “Wandel voor Mijn aangezicht en wees oprecht.”
Ook van Abraham gold, dat het hem nooit speet, dicht bij God zijn levenswandel te hebben. En dat geldt in 2026 niet anders: het zal je nooit spijten om dagelijks de nabijheid van God te zoeken.
Van Henoch lezen we nu iets heel bijzonders. Op een dag wandelde Henoch net als alle andere dagen met de Heere, en opeens was hij er niet meer. Weg!
Waar was hij?
Bij God. Eerst wandelde hij met God op aarde, en nu mocht hij zijn wandeling met God vervolgen in de hemel.
Heel bijzonder!
De manier waarop Mozes dit beschrijft, doet denken aan een situatie dat Henoch gezocht werd. En wel met kwade bedoelingen. Om hem te arresteren of nog erger: te doden. Waarom zouden mensen dat willen? Omdat Henoch zijn mond niet hield, maar zijn tijdgenoten ernstig waarschuwde. Dat lezen we niet in Genesis 5, maar wel in het een-na-laatste Bijbelboek, de brief van Judas. Daar lezen we dat Henoch tegen de mensen zei, dat God de goddeloosheid zal straffen. Niet alleen goddeloze daden, maar ook goddeloze woorden. Je kunt het zelf nalezen in de brief van Judas, vers 14 en 15.
En ja, dan krijg je vijanden. Als je nét als Henoch een leven leidt, afgezonderd van de zonden van de mensen om je heen, begrijpen ze je al niet en kan het zijn, dat ze je bespotten. Maar als je dan ook nog eens je mond niet kunt houden over al de zonden van hen en anderen, dan gaan ze je haten. Dan kan er ook in Nederland vervolging uitbreken.
Maar God bewaarde niet alleen Henoch, Hij bewaart nog steeds allen die Hem liefhebben.
Lezen: Genesis 17:1-7.
Door Ds. W. Pieters