Door het geloof werd Henoch weggenomen, opdat hij de dood niet zou zien; en hij werd niet gevonden, omdat God hem weggenomen had; want vóór zijn wegneming heeft hij getuigenis gehad dat hij God behaagde.
— Hebreeën 1:5
Paulus weet ook iets over Henoch te schrijven. Hij heeft het over hem als hij een rij namen van mensen opsomt die allemaal door het geloof leefden. Het gaat over mensen uit het Oude Testament. Ook tóen werden mensen niet anders zalig dan door het geloof alleen. Zo ook Henoch. Hij leefde intiem met God, door het geloof, door Hem onvoorwaardelijk te vertrouwen. Hij had vertrouwelijke en vriendschappelijke omgang met zijn God, door het geloof. En dat niet alleen, maar hij werd ook op een bijzondere manier uit dit aardse leven weggenomen, door het geloof.
In Hebreeën 11 lezen we nu ook de woorden: ‘…en hij werd niet gevonden.’ Net alsof ze hem zochten. Was het om hem gevangen te nemen? Om hem kwaad te doen? Om hem het zwijgen op te leggen? We weten het niet, maar wel weten we, dat God over hem waakte. En dat mogen we ook in onze dagen voor waarheid houden en met Psalm 121 zingend belijden:
Hij, Isrels Wachter, sluimert niet.
Geen kwaad zal u genaken.
De HEER’ zal u bewaken.
Vertrouw je dan maar aan Hem toe, met Wie je wenst te wandelen, al de dagen van je leven. Ook en juist in moeitevolle omstandigheden.
Paulus haalt uit de Bijbel die de Grieks-sprekende Joden lazen, nog iets aan. In de Griekse vertaling van Genesis 5 vers 22 en in vers 24 staat twee keer (niet: ‘Henoch wándelde met God’, maar): “Henoch beháágde God.”
Wat is dat, ‘God behagen’? Dat niet alleen Hénoch het fijn vond om met Gód te wandelen, te leven; maar ook – o onbegrijpelijk wonder… – dat Gód het fijn vond om met Hénoch te wandelen.
VERBAZINGWEKKEND! – vind je niet?
Dát geeft nóg meer kleur aan het heilig leven met en voor God. God vindt het fijn, dat ik Hem liefheb…
Lezen: Hebreeën 1:1-6.
Door Ds. W. Pieters