Waarom weegt gijlieden geld uit voor hetgeen dat geen brood is, en uw arbeid voor hetgeen dat niet verzadigen kan? Hoort aandachtiglijk naar Mij en eet het goede, en laat uw ziel in vettigheid zich verlustigen.
— (Jesaja 55:2)
Goed, je zat dus niet te wachten op de liefdevolle nodiging. Je hebt die naast je neergelegd. En je hield je ook doof voor de goddelijke eis om te komen. Maar de Heere is toch nog niet klaar met je. Hij vraagt nu als het ware: 'waarom geef je nou eigenlijk je kostbare geld uit voor iets wat je niet eens brood kunt noemen? Waarom sloof je je uit voor datgene wat op geen enkele manier bevredigt? Waar doe je nou eigenlijk al die moeite voor?'
Wees eerlijk, je weet dat je een keer moet sterven. Je weet dat je leven supersnel voorbij gaat. En diep van binnen weet je dat God bestaat en dat deze wereld onmogelijk zomaar toevallig kan zijn ontstaan. Dus ja, soms knaagt het wel eens, en heb je even een onbestemd onrustig gevoel. 'Maar ja', redeneer je dan, 'je kunt jezelf nou eenmaal niet bekeren. God moet dat doen. Dus ja, het zal wel. Laat ik er maar het beste van maken'. Daar kun je natuurlijk voor kiezen, voor die houding. Sterker, ik weet dat jervoor kiest. Jij gaat ook geen andere keuze maken. Nooit.
Behalve... als je naar Hem luistert, met oren die God geeft om te horen. Hij roept immers: hoor aandachtig naar Mij! Wat is dat onbegrijpelijk, dat de almachtige God van hemel en aarde, jouw Schepper, voor wie jij minder bent dan een nietig zondig stofje, tegen jou, hardnekkige zondaar, zegt: 'Hoort aandachtiglijk naar Mij en eet het goede'. Als je dat nu naast neerlegt, zul je nooit meer kunnen zeggen dat je niet mocht komen, of dat het niet kon. Nee, je wilde het niet, en daarom kon je het niet! Wat is die vijandige doodstaat van jou toch een vreselijke staat! Niet te harden!
Door L. van der Tang