O alle gij dorstigen, komt tot de wateren, en gij die geen geld hebt, komt, koopt en eet, ja, komt, koopt zonder geld en zonder prijs, wijn en melk.
— (Jesaja 55:1)
Hier klinkt een liefdevolle nodiging. Maar vergis je niet: het is ook de grote heilige God die hier spreekt die gebiedend spreekt. Hij richt Zich tot mensen die dorsten naar God, zoals een hert naar frisse waterstromen. Mensen die geen idee meer hebben hoe ze ooit nog zalig kunnen worden, want ze kunnen niets meebrengen dan bakken met schuld, en hebben geen cent te makken. Mensen die met verdriet vaststellen dat ze het totaal verzondigd hebben, die God kwijt zijn, en die zich er pijnlijk helder van bewust zijn dat het rechtvaardig is als ze gestraft worden.
Zulke mensen worden hier desondanks genodigd om wijn en melk te krijgen, en dat zonder één cent te betalen. Ze worden aangespoord om hun dorst te lessen door te drinken van het levende water. Oftewel, om de zaligheid te verkrijgen om niet!
Ben jij zo iemand? Of ben je iemand die voor zijn gevoel eigenlijk niet echt een probleem heeft? Voor wie het eigenlijk best prima gaat zo. Die niet jaloers kan zijn op kinderen van God, en al dat ernstige gedoe. Die denkt: 'laat mij nou maar met rust, ik red me wel'.
Dan is de nodiging niet voor jou. Ik moet je ernstig waarschuwen. Want de goddelijke eis om te komen is er wel. Je bent een goddeloze. Iemand zonder God. Je koerst recht op de eeuwige rampzaligheid af. Daar zul je dan zelf de straf moeten dragen en de schuld moeten betalen. Daar is een eeuwigheid voor nodig. Want je wilde tot Hem niet komen opdat je het leven mocht hebben. (Johannes 5:40). En dat terwijl er een perfect alternatief was!
Door L. van der Tang