Zie, Ik heb Hem tot een Getuige der volken gegeven, een Vorst en Gebieder der volken.
— (Jesaja 55:4)
Drie liefdevolle nodigingen klonken de de afgelopen drie dagen. Drie keer klonk het het goddelijk bevel. Sommigen die deze stukjes lazen besloten evenwel te volharden in hun onbekeerde vijandige doodstaat. Ben jij zo iemand? Dan ga ik je nu loslaten. Maar niet zonder je nog één keer aan te sporen: Bekeer je, bekeer je, want waarom zou je sterven?
Ik wil mij nu richten tot hen die graag op de nodiging zouden ingaan, maar die niet weten hoe dat moet. Die dorst hebben naar het levende water. Honger naar spijze die niet vergaat. Die vermoeid en belast zijn vanwege hun zonde en schuld. Die de dierbare nodigingen en beloften in de eerste drie verzen wel met verwondering hoorden, maar die maar niet konden geloven.
God de Vader wijst hier aan wat je dan moet doen. Zie op Hem! Zie op Zijn Zoon. Hij heeft Hem immers gegeven tot een Getuige der volken. Christus spreekt er Zelf zo van: 'De Heere HEERE heeft Mij een tong der geleerden gegeven, opdat Ik wete met den moede een woord te rechter tijd te spreken' (Jesaja 50:4).
Je kent de geschiedenis van de koperen slang. Eén blik hierop was voldoende tot genezing, ook al stond je heel ver weg. Zie dan op Hem. Kom tot Hem als een doodschuldige, naakte, doemwaardige zondaar. Werp je voor Zijn voeten neer, en smeek: 'O God, wees mij zondaar genadig'. Lijkt het alsof God het niet hoort, blijf dan liggen waar je ligt, aan Zijn gezegende voeten. Al zou je daar moeten sterven, dan is dat de beste plaats. 'Zo Hij vertoeft, verbeid Hem, want Hij zal gewisselijk komen, Hij zal niet achterblijven.' (Hábakuk 2: 3).
Door L. van der Tang