Zie, Gij zult een volk roepen dat Gij niet kendet, en het volk dat U niet kende, zal tot U lopen, om des HEEREN Uws Gods wil en om des Heiligen Israëls wil, want Hij heeft U verheerlijkt.
— (Jesaja 55:5)
Als de mogelijkheid om zalig te worden afhankelijk was van onze inspanningen of goede wil, dan zou het er slecht uitzien. We zouden allemaal verloren gaan. Niemand van ons zou zich uit zijn doodstaat kunnen opwekken. Niemand zou zich willen of kunnen bekeren. Niemand zou in eeuwigheid de schuld kunnen afbetalen die hij heeft gemaakt. We zouden zijn geworden als de duivels: voor eeuwig verdoemd tot de hel.
Daar kom je achter als de Heere in je leven gaat werken. Wat is het dan een onuitsprekelijk wonder om te ontdekken dat het niet van onze inspanningen afhangt, maar dat de zaligheid uit volkomen vrije genade is. De ruimte en vastheid ligt in het eenzijdige soevereine werk Gods, dat gefundeerd is in de eeuwigheid. Wat krijgt dan de verkiezing van eeuwigheid waarde, en Zijn verbond dat Hij van eeuwigheid aanging, en daarom eeuwig vaststaat.
De HEERE roept een volk dat vreemd voor Hem was, en dat zál tot Hem lopen.
Dat volk dat door Hem geroepen wordt, zál tot Christus komen. Die tot Hem komt zal Hij geenszins uitwerpen. Geen wonder! Allen die Hem van de Vader gegeven zijn zullen tot Hem komen (Johannes 6:37).
De drie-enige God heeft Zich van eeuwigheid verbonden tot de zaligheid van de Zijnen. Alles is bovendien volbracht. Christus is daartoe op aarde gekomen. Hij heeft de schuld volkomen voldaan. Hongerigen! Dorstigen! Vermoeiden! Belasten! Bedroefden! Zondaren! 'Komt, koopt en eet, ja, komt, koopt zonder geld en zonder prijs, wijn en melk'!
Door L. van der Tang